Diensten JPR Advocaten Actueel
 

Nieuwsbrief arbeidsrecht – Het afspiegelingsbeginsel

De huidige economische recessie heeft tot gevolg dat veel bedrijven maatregelen moeten nemen om het hoofd boven water te kunnen houden. De crisis dwingt veel ondernemingen tot kostenbesparingen. Tot voor kort leek men op alle mogelijke manieren de kosten terug te dringen en vooralsnog niet tot (collectief) ontslag van werknemers over te (hoeven) gaan. Echter veelal vormen personeelskosten de grootste kostenpost en noodzaakt de thans dusdanig structurele werk- en omzetvermindering tot reorganisatie en volledig ontslag van werknemers om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. De verwachting is dat na de bouwvak een grote ontslaggolf in de regio zal volgen. Bij een reorganisatie komt veel kijken. Er moet een traject worden uitgestippeld en men moet weten met welke aspecten rekening moet worden gehouden. Één van die aspecten is het afspiegelingsbeginsel: de methode om te bepalen wie als eerste voor ontslag moet worden voorgedragen.

Zoals u vermoedelijk weet, heeft een werkgever toestemming nodig voor het rechtsgeldig opzeggen van een dienstverband met een werknemer, aldus artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA). Deze toestemming moet worden aangevraagd bij UWV WERKbedrijf; de zogenaamde ontslagvergunning. Bij een ontslagaanvraag vanwege bedrijfseconomische redenen toetst UWV WERKbedrijf achtereenvolgens op drie punten:

 

  1. Zijn de bedrijfseconomische redenen voor het structureel vervallen van één of meer arbeidsplaatsen aannemelijk gemaakt?
  2. Zijn de “juiste” werknemers voorgedragen voor ontslag (ontslagvolgorde)?
  3. Is aannemelijk gemaakt dat er geen mogelijkheden zijn voor herplaatsing?

Als de bedrijfseconomische redenen niet aannemelijk zijn gemaakt, wordt niet meer toegekomen aan de twee vervolgvragen. Als de bedrijfseconomische redenen wel aannemelijk zijn gemaakt, wordt vervolgens gekeken naar de ontslagvolgorde. Bij het bepalen van de ontslagvolgorde gaat het om de vraag welke werknemer als eerste voor ontslag in aanmerking komt.

Per 1 maart 2006 is niet langer anciënniteit (ook wel genoemd het Lifo-beginsel: last in, first out) maar afspiegeling het criterium voor het vaststellen van de ontslagvolgorde bij bedrijfseconomische ontslagen. Er kan niet meer gekozen worden tussen anciënniteit of afspiegeling; afspiegeling is verplicht. De bestaande uitzonderingsmogelijkheden op het afspiegelingsbeginsel zoals de hardheidsclausule, de moeilijk misbare werknemer en de werknemer met een zwakke arbeidsmarktpositie blijven onverkort van toepassing.

Het afspiegelingsbeginsel wordt als volgt toegepast:

 

  • Per categorie 'uitwisselbare functies' van de bedrijfsvestiging;

Uitwisselbare functies zijn functies die naar functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden en vereiste competenties over en weer vergelijkbaar en naar niveau en beloning gelijkwaardig zijn. Let op:

- het gaat om uitwisselbaarheid van functies, niet om uitwisselbaarheid van werknemers. “Ik ben op meerdere plekken inzetbaar.” Dit argument is niet valide.
- Er wordt gekeken naar werknemers die dienen te worden ontslagen en niet naar fte’s.
- Werknemers van wie bekend is dat de overeenkomst voor bepaalde tijd op korte termijn van rechtswege eindigt worden wel in de berekening meegnomen.

 

  • Per categorie 'uitwisselbare functies' van de bedrijfsvestiging;

Het afspiegelingsbeginsel dient te worden toegepast op het niveau van de bedrijfsvestiging. Voor de beoordeling of er sprake is van een zelfstandige bedrijfsvestiging zijn de volgende hulpvragen van belang, die in onderling verband worden beschouwd:
- Betreft de entiteit een apart zelfstandige organisatorische eenheid?
- Staat er een eigen directie aan het hoofd?
- Betreft het aparte huisvesting?
- Is er géén sprake van structurele onderlinge uitwisseling van personeel?
- Vindt zelfstandige rapportage plaats en is het bedrijfsonderdeel als zelfstandig onderdeel in de rapportage opgenomen?
- Neemt de entiteit zelfstandig personeel aan en ontslaat deze zelfstandig personeel?
- Heeft de entiteit een eigen, separate medezeggenschapsrol?

 

  • Op basis van de leeftijdsopbouw binnen de betreffende categorie uitwisselbare functies.

Het personeel van de categorie uitwisselbare functies wordt ingedeeld in vijf leeftijdsgroepen: 15 tot 25 jaar, 25 tot 35 jaar, 35 tot 45 jaar, 45 tot 55 jaar en van 55 jaar en ouder. Bij de verdeling van de ontslagen over de leeftijdsgroepen geldt het volgende: de leeftijdsopbouw binnen de categorie uitwisselbare functies moet, voor en na de ontslagprocedure, verhoudingsgewijs zo veel mogelijk gelijk zijn. Binnen elke leeftijdsgroep wordt de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag voorgedragen. Een voorbeeld. Als er één werknemer moet afvloeien en de uitwisselbare functies (bijv. die van monteur) worden bekleed door vijf werknemers van 25-35 jaar, acht werknemers van 35-45 jaar en vier van 45-55 jaar, moet de werknemer met het kortste dienstverband uit de groep van 35-45 jaar worden ontslagen, want die groep heeft de meeste werknemers.

 

  • Peildatum

Het personeelsbestand op de peildatum vormt de basis voor de vaststelling van de ontslagvolgorde. Dit moet een objectiveerbare peildatum zijn. Dit is in beginsel de datum waarop de ontslagaanvragen bij UWV WERKbedrijf worden ingediend. Er kan ook voor een eerdere datum worden gekozen, mits redelijk en goed gemotiveerd waarom voor een afwijkende datum is gekozen. Mutaties na de peildatum hebben dan geen invloed op werknemers die voor ontslag worden voorgedragen.

Het afspiegelingsbeginsel hoeft in de volgende gevallen niet gebruikt te worden:

  • wanneer de bedrijfsactiviteiten worden beëindigd;
  • wanneer een unieke functie komt te vervallen; Een unieke functie wordt slechts door één werknemer ingevuld;
  • wanneer er een categorie uitwisselbare functies in zijn geheel komt te vervallen.
     

Aangezien afspiegeling niet eenvoudig is en er veel (rekenwerk) bij komt kijken, heeft het WERKbedrijf een stappenplan ontwikkeld om te komen tot het vaststellen van de juiste ontslagvolgorde. Te raadplegen op www.werk.nl onder ontslag.

Het systeem laat in voorkomende gevallen enige ruimte aan de ondernemer om te sturen in de uitkomst van de afspiegeling. De procentuele verdeling over de leeftijdsgroepen kan bij het verplaatsen van de peildatum met één maand een heel ander beeld te zien geven. De discussie of een bepaalde functie uitwisselbaar is, kan ook zeer arbitrair zijn. De functieduiding is in ieder geval niet doorslaggevend. Het komt uiteindelijk vaak neer op een beoordeling van de feitelijke gang van zaken op de werkvloer. In praktijk ontstaat nog wel eens discussie over de definitie bedrijfsvestiging. De keuze van de ondernemer om twee locaties als een vestiging aan te merken kan een wereld van verschil betekenen.

Het afspiegelingsbeginsel biedt derhalve handvaten om te sturen, waarmee wij u graag van dienst zijn.

Sanne J.E. van Bergen
Vestiging Groenlo


Printbare versie