![]() |
Diensten JPR Advocaten Actueel | Disclaimer | Sitemap | Privacy statement | |
|
|
|||
Nieuwsbrief arbeidsrecht – Het afspiegelingsbeginselDe huidige economische recessie heeft tot gevolg dat veel bedrijven
maatregelen moeten nemen om het hoofd boven water te kunnen houden. De
crisis dwingt veel ondernemingen tot kostenbesparingen. Tot voor kort leek
men op alle mogelijke manieren de kosten terug te dringen en vooralsnog
niet tot (collectief) ontslag van werknemers over te (hoeven) gaan. Echter
veelal vormen personeelskosten de grootste kostenpost en noodzaakt de
thans dusdanig structurele werk- en omzetvermindering tot reorganisatie en
volledig ontslag van werknemers om de continuïteit van de onderneming te
waarborgen. De verwachting is dat na de bouwvak een grote ontslaggolf in
de regio zal volgen. Bij een reorganisatie komt veel kijken. Er moet een
traject worden uitgestippeld en men moet weten met welke aspecten rekening
moet worden gehouden. Één van die aspecten is het afspiegelingsbeginsel:
de methode om te bepalen wie als eerste voor ontslag moet worden
voorgedragen.
Als de bedrijfseconomische redenen niet aannemelijk zijn gemaakt, wordt
niet meer toegekomen aan de twee vervolgvragen. Als de bedrijfseconomische
redenen wel aannemelijk zijn gemaakt, wordt vervolgens gekeken naar de
ontslagvolgorde. Bij het bepalen van de ontslagvolgorde gaat het om de
vraag welke werknemer als eerste voor ontslag in aanmerking komt.
Uitwisselbare functies zijn functies die naar functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden en vereiste competenties over en weer vergelijkbaar en naar niveau en beloning gelijkwaardig zijn. Let op: - het gaat om uitwisselbaarheid van functies, niet om uitwisselbaarheid
van werknemers. “Ik ben op meerdere plekken inzetbaar.” Dit argument is
niet valide.
Het afspiegelingsbeginsel dient te worden toegepast op het niveau van
de bedrijfsvestiging. Voor de beoordeling of er sprake is van een
zelfstandige bedrijfsvestiging zijn de volgende hulpvragen van belang, die
in onderling verband worden beschouwd:
Het personeel van de categorie uitwisselbare functies wordt ingedeeld in vijf leeftijdsgroepen: 15 tot 25 jaar, 25 tot 35 jaar, 35 tot 45 jaar, 45 tot 55 jaar en van 55 jaar en ouder. Bij de verdeling van de ontslagen over de leeftijdsgroepen geldt het volgende: de leeftijdsopbouw binnen de categorie uitwisselbare functies moet, voor en na de ontslagprocedure, verhoudingsgewijs zo veel mogelijk gelijk zijn. Binnen elke leeftijdsgroep wordt de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag voorgedragen. Een voorbeeld. Als er één werknemer moet afvloeien en de uitwisselbare functies (bijv. die van monteur) worden bekleed door vijf werknemers van 25-35 jaar, acht werknemers van 35-45 jaar en vier van 45-55 jaar, moet de werknemer met het kortste dienstverband uit de groep van 35-45 jaar worden ontslagen, want die groep heeft de meeste werknemers.
Het personeelsbestand op de peildatum vormt de basis voor de
vaststelling van de ontslagvolgorde. Dit moet een objectiveerbare
peildatum zijn. Dit is in beginsel de datum waarop de ontslagaanvragen bij
UWV WERKbedrijf worden ingediend. Er kan ook voor een eerdere datum worden
gekozen, mits redelijk en goed gemotiveerd waarom voor een afwijkende
datum is gekozen. Mutaties na de peildatum hebben dan geen invloed op
werknemers die voor ontslag worden voorgedragen.
Aangezien afspiegeling niet eenvoudig is en er veel (rekenwerk) bij
komt kijken, heeft het WERKbedrijf een stappenplan ontwikkeld om te komen
tot het vaststellen van de juiste ontslagvolgorde. Te raadplegen op
www.werk.nl onder
ontslag. |
|||