|
|
Nieuwsbrief Arbeidsrecht - MKB gebaat bij uitspraak Hoge Raad inzake
kennelijk onredelijk ontslag.
De Hoge Raad heeft op 27 november 2009 in de zaak Van de Grijp/Stam
uitgemaakt dat de kantonrechtersformule niet de juiste maatstaf is bij de
beoordeling of er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag,
respectievelijk dat deze formule niet kan worden gebruikt bij het
berekenen van de schadevergoeding.
Met deze uitspraak is (vermoedelijk) een halt toegeroepen aan de
rechtspraak van de gerechtshoven, waarin bij kennelijk onredelijk ontslag
volgens een afgeleide van de kantonrechtersformule een standaardformule
wordt toegekend.
Had de Hoge Raad dit niet gedaan, dan had dit voor het MKB, dat zijn
ontslagen voornamelijk via het UWV laat lopen, verstrekkende, financiële
gevolgen gehad.
Hieronder volgt een toelichting op de uitspraak van de Hoge Raad en op de
vraag hoe nu de schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag moet
worden berekend.
Kennelijk onredelijk ontslag.
Kennelijk onredelijk ontslagprocedures (op grond van art. 7:681 BW) spelen
zich af in geval van (on)regelmatig opzegging van een arbeidsovereenkomst
en worden hoofdzakelijk gevoerd, nadat de werkgever met toestemming van
het UWV de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd.
Een kennelijk onredelijk ontslagprocedure verschilt naar zijn aard in
belangrijke mate met die van de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter
(art. 7:685 BW), waarbij aan de hand van de kantonrechtersformule een
vergoeding kan worden vastgesteld.
Tot ruim een jaar geleden wezen de gerechtshoven het gebruik van de
kantonrechtersformule bij de berekening van de schadevergoeding bij
kennelijk onredelijk ontslag vrijwel consequent van de hand.
De beoordeling of een ontslag kennelijk onredelijk was, vond plaats aan de
hand van alle omstandigheden van het geval.
Hof Den Haag
In oktober 2008 brak het Hof Den Haag met deze lijn.
Het hof oordeelde:
- dat een ontslag veelal kennelijk onredelijk moet worden geacht,
indien daarbij geen vergoeding is toegekend die volgt uit de
kantonrechtersformule, verminderd met 30%.
- dat, nadat op die manier de kennelijke onredelijkheid van het
ontslag is vastgesteld, bij de berekening van de schadevergoeding
eveneens aansluiting moet worden gezocht bij de kantonrechtersformule,
verminderd met 30%.
Hoven Amsterdam, Den Bosch, Arnhem en Leeuwarden (XYZ-formule).
In juli 2009 breken de andere gerechtshoven eveneens met het tot dan toe
door hen gevoerde beleid.
Deze hoven komen weer met een andere berekeningsmethode dan het Hof Den
Haag.
De vier hoven oordelen:
- dat bij de beoordeling of sprake is van kennelijk onredelijk ontslag
alle omstandigheden van het geval ten tijde van het ontslag in aanmerking
moeten worden genomen (geen verandering dus met de reeds lang door de
hoven gehanteerde opvatting).
- dat, nadat op die manier de kennelijk onredelijkheid is vastgesteld, de
vergoeding moet worden begroot volgens de XYZ-formule (d.i. de oude
kantonrechtersformule, waarbij de Z-factor in beginsel op maximaal 0,5
wordt gesteld).
De chaos was hiermee wel compleet.
Terwijl de verschillen in uitkomsten in kennelijk onredelijk
ontslag-procedures ten opzichte van de ontbindingsprocedures al (sterke)
ongelijkheid voor betrokken werknemers met zich mee brachten, werden nu
ook nog binnen één en dezelfde (kennelijk onredelijk ontslag)procedure
belangrijke verschillen en ongelijkheid in het leven geroepen, al naar
gelang het rechtsgebied waarin de betrokken werknemer uit hoofde van
kennelijk onredelijk ontslag procedeerde.
Uitspraak Hoge Raad inzake Van de Grijp/Stam.
In de uitspraak Van de Grijp/Stam heeft de Hoge Raad de uitspraak van het
Hof Den Haag vernietigd.
Een uitspraak, waarmee vermoedelijk ook het doek is gevallen voor de
XYZ-formule van de andere hoven.
De Hoge Raad heeft het navolgende bepaald:
- Ten aanzien van de kennelijk onredelijkheid:
De vuistregel van het Hof Den Haag dat de ontslag kennelijk onredelijk is
als er geen voorziening is getroffen, is onjuist.
Of sprake is van kennelijk onredelijk ontslag moet worden beoordeeld aan
de hand van alle omstandigheden van het geval tezamen en in onderlinge
samenhang beschouwd.
- Ten aanzien van de schadevergoeding:
Met betrekking tot de berekening van de schadevergoeding kan de
kantonrechtersformule daarbij niet als algemeen uitgangspunt dienen.
Bij de schadebegroting moet de rechter letten op alle concrete
omstandigheden van het geval.
In dat verband stelt de Hoge Raad dat de rechters, die over deze
vergoedingen moeten beslissen, een zekere mate van harmonisatie tot stand
kunnen brengen door van belang zijnde factoren duidelijk te benoemen en
door inzichtelijk te maken welke financiële gevolgen in soortgelijke
gevallen eventueel aan de verschillende factoren kunnen worden verbonden,
zonder dat zij één bepaalde algemene formule als vuistregel hanteren.
De koers wordt niet gewijzigd, zij het met één belangrijke overweging,
t.w. dat in beginsel geen standaardrecht op een vergoeding, te berekenen
volgens bepaalde formules, bestaat.
Belangrijke winst dus voor met name kleine en middelgrote ondernemingen,
die hun ontslagen veelal via een ontslagaanvraag bij het UWV laten lopen
en voor wie bij bevestiging van de uitspraak van het Hof Den Haag de
schadelijke gevolgen groot zouden zijn geweest.
De Hoge Raad heeft daar nu een stokje voor gestoken.
Hoe nu verder met de schadebegroting?
De Hoge Raad heeft zich op dat onderdeel niet duidelijk uitgesproken.
De uitspraak van de Hoge Raad kan op twee manieren worden geïnterpreteerd.
- De schade moet concreet worden berekend, d.w.z. dat de daadwerkelijke
schade moet worden vergoed.
Hoe moet dit worden begroot?
Dat is afhankelijk van de mate van onredelijkheid van het ontslag.
Nu de Hoge Raad de algemene schadebegrotingsregels van toepassing heeft
verklaard, kan worden verdedigd dat nu ook toetsing kan plaatsvinden aan
de hand van de omstandigheden die zich na het kennelijk onredelijk ontslag
hebben voorgedaan.
De nieuwe berekeningsmethode brengt overigens ook mee dat een ontslag
kennelijk onrede-
lijk kan worden bevonden zonder dat een vergoeding moet worden toegekend.
Als de werknemer – ook al is het ontslag kennelijk onredelijk – geen
schade heeft geleden, bestaat ook geen aanleiding hem een vergoeding toe
te kennen.
- De schade kan ook abstract worden berekend, d.w.z. dat bij de begroting
van de schadevergoeding weliswaar naar alle concrete omstandigheden van
het geval moet worden gekeken, maar dat dit niet ertoe hoeft te leiden dat
de daadwerkelijke schade moet worden vergoed.
In dat geval moeten de rechters inzichtelijk zien te maken welke factoren
welk gewicht in de schaal hebben gelegd, waarbij aan elke omstandigheid
een bedrag zou kunnen worden gekoppeld.
Daarbij kan gedacht worden aan factoren als:
- duur van het dienstverband;
- de leeftijd van de werknemer;
- de wijze van functioneren;
- arbeidsmarktperspectieven;
- de mate waarin re-integratieverplichtingen zijn nagekomen;
- etc.
Bij een dergelijke wijze van schadeberekening is het eens te meer van
belang dat de rechters rekening gaan houden met elkaars uitspraken in dit
soort procedures, zodat zich gaandeweg een lijn kan aftekenen en een soort
‘schadevergoedingsgids’ kan ontstaan, dat een overzicht bevat van de
mogelijke factoren die een rol kunnen spelen bij de hoogte van de
schadevergoeding inclusief de daaraan gekoppelde schadebedragen.
Resumé.
De Hoge Raad heeft met haar uitspraak duidelijk gemaakt hoe moet worden
beoordeeld of sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag en daarmee
afstand genomen van de opvattingen van het Hof Den Haag.
Voorts heeft de Hoge Raad aangegeven hoe de schadevergoeding vervolgens
moet worden begroot, zij het dat op dat laatste onderdeel verschil van
interpretatie kan bestaan. De XYZ-formule is (vermoedelijk) ook van de
baan.
Er is weer een belangrijke rol weggelegd voor de kantonrechters, die in de
praktijk van alle dag zullen moeten beslissen hoe zij invulling geven aan
het geformuleerde criterium van de Hoge Raad, waarbij zij gehoor zullen
moeten geven aan de oproep van de Hoge Raad een zekere mate van
harmonisatie tot stand te brengen.
Tot slot, in de rechtsliteratuur is het arrest van de Hoge Raad al stevig
bekritiseerd.
Een gezaghebbend hoogleraar heeft de stelling betrokken dat het
ontslagrecht door het arrest van de Hoge Raad weer iets meer belachelijk,
onbegrijpelijk en onbillijk is geworden.
In dat verband is de wetgever in de eerste plaats als de schuldige aan te
wijzen.
Een wetgever die, aan de band van de sociale partners, eenvoudigweg niet
in staat blijkt te zijn om het ontslagrecht zodanig vorm te geven dat een
overzichtelijke regeling leidt tot een billijke uitkomst.
Februari 2010
Carel Gaaf
JPR Advocaten heeft tevens vestigingen te Deventer, Doetinchem, Groenlo en
Zutphen.
Printbare versie
|
 |