Nieuwsbrief Arbeidsrecht - Consequenties van een arrest
Wet Wijziging WW-stelsel
De Werkloosheidswet
(WW) zal met ingang van 1 oktober 2006 belangrijke wijzigingen ondergaan.
- De maximale uitkeringsduur gaat van 5 jaar naar 3 jaar en 2 maand;
- De eerste 2 maanden is sprake van een hogere uitkering (75% van het
bruto dagloon);
- De ontslagpraktijk wordt vereenvoudigd, nu de toetsingscriteria zijn
versoepeld.
De gewijzigde wet is van toepassing op diegene van wie de eerste
werkloosheidsdag op of na 1 oktober 2006 is gelegen.
Hierna wordt
in het kort stilgestaan bij de lichtere toets die het UWV per 1 oktober
2006 aanlegt bij de beoordeling of sprake is van verwijtbare werkloosheid.
Verwijtbare werkloosheid. Onder de huidige WW is sprake van
verwijtbare werkloosheid indien de werknemer door eigen toedoen wordt
ontslagen dan wel actief of passief meewerkt aan de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst terwijl voortzetting van hem kon worden gevergd. Het
UWV verwacht dat de werknemer zich verweert en er alles aan doet om zijn
arbeidsovereenkomst te behouden. Doet hij dit niet, dan is sprake van
verwijtbare werkloosheid en ontvangt de werknemer geen dan wel een
gedeeltelijke WW-uitkering. Om die reden wordt na het bereiken van
overeenstemming over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de regel
nog een pro forma ontbindingsprocedure gevoerd.
In de nieuwe wet
behoeft de werknemer niet langer (formeel) verweer te voeren tegen een
beëindiging van de arbeidsovereenkomst door of op verzoek van de
werkgever. Dit zal niet leiden tot verwijtbare werkloosheid en de
WW-uitkering in beginsel niet in gevaar brengen. In de situatie waarin
de werknemer zelf – onnodig - ontslag neemt dan wel ontslag krijgt omdat
hij zich ernstig heeft misdragen blijft wel sprake van verwijtbare
werkloosheid.
Het is de vraag of door de versoepelde
verwijtbaarheidstoets pro forma ontbindingsprocedures tot het verleden
zullen gaan behoren. De wetgever gaat hier wel vanuit. In dat verband
willen wij erop wijzen dat bij achterwege laten van de pro forma
ontbindingsprocedure belang en betekenis van een deugdelijke
beëindigingsovereenkomst alleen maar toenemen.
Een
ontbindingsbeschikking van de rechter geeft echter meer (onherroepelijke)
zekerheid. Een ontbindingsbeschikking leidt tot een onaantastbaar
einde van de arbeidsovereenkomst. Een beëindiging met wederzijds
goedvinden (al dan niet vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst) leidt
met regelmaat tot discussie en conflict achteraf, omdat de werknemer
terugkomt op zijn eerdere verklaringen met eventuele procedures (kennelijk
onredelijk ontslag) bij de rechter als gevolg.
Het is voorts niet
uit te sluiten dat partijen zullen worden geconfronteerd met uitgebreide
vragenlijsten en telefonische verzoeken van het UWV, waarin om nadere
informatie wordt gevraagd omtrent de toedracht van de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst. Bij een pro forma ontbindingsprocedure kan in zo’n
geval in de regel worden verwezen naar deugdelijk onderbouwde verzoek- en
verweerschriften.
De conclusie dat een pro forma
ontbindingsprocedure na inwerkingtreding van de wet wijziging WW-stelsel
niet meer nodig zou zijn, is dan ook beslist voorbarig. Bovendien is een
pro forma ontbinding het minst tijdrovende en minst kostbare, veilige
uitsluitstuk van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in overleg.
Vanzelfsprekend zijn wij gaarne bereid U nader te adviseren in het
kader van het beëindigen van arbeidsovereenkomsten in tegen de achtergrond
van de versoepelde verwijtbaarheidstoets.
Printbare versie
|