Diensten JPR Advocaten Actueel
 

Nieuwsbrief Arbeidsrecht - Ontslag op staande voet: een onzeker einde van de arbeidsovereenkomst.

Door mr. N.G. Cornelissen, advocaat bij JPR Advocaten te Groenlo

Het ontslag op staande voet wordt als volgt geformuleerd in de wet: “Ieder der partijen (lees: werkgever én werknemer) is bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder gelijktijdige mededeling van die reden aan de wederpartij”. In dit artikel zal met name de opgave van de dringende reden door de werkgever worden behandeld. Waar moet u als werkgever op letten bij de formulering van de dringende reden?
Omdat het ontslag op staande voet vérgaande consequenties heeft voor de werknemer – verlies van baan en geen recht op WW-uitkering – zal de werknemer er vaak alles aan doen om het ontslag aan te vechten. Indien de werknemer na een jarenlange procedure in het gelijk wordt gesteld, wordt de arbeidsovereenkomst geacht te zijn blijven bestaan en heeft de werknemer ook nog recht op loon over die jaren en soms ook op wedertewerkstelling! In dit artikel zal daarom ook kort ingegaan worden op de vraag hoe aan die onzekerheid een einde gemaakt kan worden.

De opgegeven reden kan naderhand niet meer worden gewijzigd of aangevuld. Het is dus belangrijk hoe de reden wordt geformuleerd. De opgegeven reden fixeert de discussie tussen werknemer en werkgever. De reden moet ook direct met het ontslag op staande voet medegedeeld worden aan de werknemer. Lang kan daar dan ook niet over gedacht worden. Daarom is het handig om van te voren te weten waar aan gedacht moet worden bij de formulering van de dringende reden. Zonder de pretentie uitputtend te willen zijn, zal op drie punten nader ingegaan worden.

Schriftelijk
Het is geen vereiste om het ontslag c.q. de reden ervan schriftelijk mede te delen. Het is wel aan te raden, omdat daardoor bewijsproblemen voorkomen kunnen worden. In dat licht is het zelfs aan te raden om de ontslagbrief per aangetekende post met bericht van ontvangst te versturen.

Bewoordingen aan het strafrecht ontleend
Het is niet verstandig om termen uit de strafrechtelijke hoek te gebruiken als dringende reden voor het ontslag. Vaak hebben ze een geheel specifieke, eigen betekenis en is het erg lastig om te bewijzen dat iemand een strafbaar feit heeft begaan. Alle bestanddelen van een strafbaar feit zullen dan namelijk bewezen moeten worden. Diefstal, een veelvoorkomende opgegeven reden, kent al vijf bestanddelen. Weet u wat die bestanddelen zijn en denkt u dat u ze allemaal kunt aantonen?

Denkt u er bovendien aan dat een strafbaar feit zoals diefstal of verduistering niet per definitie een grond oplevert voor een ontslag op staande voet. Een voorbeeld ontleend aan een uitspraak van de Kantonrechter te Amsterdam van 18 juli 2006 spreekt tot de verbeelding. De feiten die aan voornoemde uitspraak ten grondslag liggen zijn:

 

  • werknemer (medewerker logistiek) is iets meer dan een half jaar in dienst; 
  •  neemt zonder toestemming zes flesjes bier mee naar huis om ze aldaar met een andere collega te nuttigen;
  • werknemer ontkent niet de flesjes bier zonder toestemming te hebben meegenomen.

 

Tot zover lijkt het een klassiek geval van diefstal of verduistering. In beginsel een reden voor ontslag op staande voet, maar niet in dit geval. Alle omstandigheden van het geval dienen te worden meegewogen en die overige omstandigheden zijn:

 

  • werknemer wilde niet betrapt worden voor rijden onder invloed;
  • het is gebruikelijk dat werknemers vrijdags na afloop van het werk een flesje bier drinken;
  • de flesjes bier zijn van geringe waarde.

 

De Kantonrechter overwoog derhalve in dit geval dat het weliswaar in principe niet geoorloofd is om goederen toebehorende aan de werkgever mee te nemen, maar dat gelet op de omstandigheden van het geval, zoals de geringe waarde van de meegenomen goederen, de omstandigheid dat de betrokken flesjes toch zouden zijn opgedronken door werknemers op kosten van de werkgever en de omstandigheid dat de werknemer niet eerder op enige vorm van meenemen van goederen van de werkgever is betrapt, geen dringende reden voor ontslag bestaat. De uitspraak is logisch en stemt denk ik overeen met eenieders rechtsgevoel, maar laat wel zien dat elk geval anders is en dat elk geval bepaald wordt door een veelvoud van omstandigheden. Het is kort gezegd vaak niet zo zwart-wit als het op het eerste gezicht doet voorkomen.

Een veelvoud van redenen
Gelet op de fixerende werking van de opgegeven reden, kan de neiging ontstaan om dan maar een veelvoud van redenen in de ontslagbrief te vermelden. Verstandig is het echter niet, omdat in beginsel alle redenen moeten worden aangetoond. Wanneer slechts een deel van de opgegeven redenen door de werkgever kan worden aangetoond, is dat slechts voldoende, indien:

a) in rechte komt vast te staan, dat het aangetoonde deel op zichzelf beschouwd als een dringende reden voor het ontslag op staande voet kan gelden en;
b) de werkgever heeft gesteld en ook aannemelijk is, dat hij de werknemer ook op staande voet zou hebben ontslagen, indien hij – anders dan hij blijkens de ontslagaanzegging meende – daarvoor niet meer grond zou hebben gehad dan in rechte komt vast te staan en;
c) het onder b genoemde voor de werknemer in het licht van de gehele inhoud van die aanzegging en de overige omstandigheden van het geval ook duidelijk moet zijn geweest.

Wees voorzichtig met het opgeven van meerdere redenen. Het is namelijk niet eenvoudig om al die redenen te bewijzen, dan wel aan die drievoudige toets te voldoen.

Onverwijld
Het ontslag op staande voet moet onverwijld aan de werknemer worden meegedeeld. Is niet aan dat vereiste voldaan, dan is het gegeven ontslag op staande voet in beginsel nietig. De nodige voortvarendheid wordt dan ook van de werkgever geëist. Slechts het horen van de betrokkenen – ingeval bijvoorbeeld een werknemer een andere werknemer beschuldigt van mishandeling of seksuele intimidatie – en het wachten totdat de tot het geven van ontslag bevoegde persoon is verschenen, alsmede het inwinnen van (juridisch) advies kunnen de werkgever enig respijt geven. Echter, ook hier geldt dat de omstandigheden van het geval bepalen of het ontslag op staande voet onverwijld is meegedeeld en dat van u als werkgever wordt verwacht dat u voortvarend te werk gaat, ook als het gaat om het nog horen van de betrokken partijen of het inwinnen van juridisch advies.

In al het vorenstaande is slechts op een paar punten nader ingegaan. Die punten kunnen (met name om bewijstechnische redenen) al aan een geldig ontslag op staande voet in de weg staan en dan is er nog lang niet alles gezegd over de opgave van de dringende reden(en). Het voert echter in het bestek van dit artikel te ver om meer te behandelen.

Onzekerheid na ontslag op staande voet
Over de geldigheid van het gegeven ontslag op staande voet (en de opgegeven dringende reden) kan, zoals al gezegd, jarenlang geprocedeerd worden tot en met de Hoge Raad en terug. Aan het eind van de rit kan blijken dat het ontslag op staande voet ongeldig is en de werknemer derhalve nog altijd in dienst is en recht heeft op loon en soms ook wedertewerkstelling! Het is dan ook een ‘alles of niets’ kwestie.

Om die jarenlange periode in te korten, kan een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden gevraagd aan de kantonrechter. Als werkgever verzoekt u dan ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor zover het gegeven ontslag op staande voet ongeldig mocht blijken te zijn. Deze procedure neemt aanmerkelijk minder tijd in beslag en hierdoor krijgt de werkgever, als de voorwaardelijke ontbinding wordt uitgesproken, op korte termijn meer duidelijkheid. Bovendien is het bij de kantonrechter geen ‘alles of niets’ kwestie. De kantonrechter kan beide partijen min of meer tevreden stellen door de voorwaardelijke ontbinding uit te spreken en door daarbij een vergoeding toe te kennen aan de werknemer.

Indien de voorwaardelijke ontbinding door de kantonrechter wordt uitgesproken én een vergoeding wordt toegekend aan de werknemer, beperkt deze vergoeding in ieder geval het vorderingsrecht van de werknemer en daarmee het financiële risico van het conflict. Als werkgever kunt u dan ook kiezen of u de veelal kostbare procedure met betrekking tot de geldigheid van het ontslag op staande voet wenst door te zetten, of dat u zich voor wat dat betreft neerlegt bij het standpunt van de werknemer en de door de kantonrechter vastgestelde ontbindingsvergoeding voldoet aan de werknemer. U slaat twee vliegen in één klap: u bent af van de werknemer en u bent af van een wellicht jarenlangdurende, kostbare procedure.

Conclusie
U doet er goed aan om voordat u besluit over te gaan tot het geven van een ontslag op staande voet een arbeidsrechtspecialist te raadplegen. Uiteraard staat ons kantoor u daar graag in bij en kunnen wij u helpen bij de formulering van de dringende reden. Houdt u er daarna rekening mee dat het in bijna alle gevallen zeer verstandig is om een voorwaardelijk ontbindingsprocedure te starten. Een ontslag op staande voet is namelijk in lang niet alle gevallen het einde van de discussie tussen werknemer en werkgever en derhalve evenmin van de arbeidsovereenkomst. Naast het ontslag op staande voet zijn er bovendien wellicht betere alternatieven.

14 april 2007

 

Printbare versie