Nieuwsbrief Arbeidsrecht - Ontslagplan kabinet leidt tot ingrijpende
wijzigingen in het ontslagrecht
Algemeen
Minister Donner (Sociale Zaken
en Werkgelegenheid) heeft een verstrekkende versoepeling van het
ontslagrecht voorgesteld en hiervoor advies gevraagd aan de werkgevers en
vakbonden in de Stichting van de Arbeid. Dit advies wordt begin
september a.s. verwacht.
Naast het invoeren van een wederzijdse
scholingsplicht en een betere bescherming van werknemers met een tijdelijk
arbeidscontract wordt de ontslag- en vergoedingenpraktijk drastisch op de
schop genomen. Het wordt mogelijk de arbeidsovereenkomst (voor
onbepaalde tijd) te beëindigen zonder toestemming van een derde (CWI of
rechter), maar met de verplichting tot het betalen van een wettelijke –
gemaximeerde – vergoeding. Indien wordt opgezegd op grond van
bedrijfseconomische redenen, dan bestaat in het geheel geen verplichting
meer een vergoeding te betalen. Op de wijzigingen in het ontslag- en
vergoedingenstelsel zal hierna kort worden ingegaan.
Beëindiging arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd/wettelijke
vergoedingsplicht
Het huidige ontslagstelsel (geregeld in
het BBA resp. het Burgerlijk Wetboek), waarbij de werkgever voor het
eenzijdig beëindigen van de arbeidsovereenkomst toestemming nodig heeft
van hetzij de CWI (opzegging), hetzij de kantonrechter (ontbinding) wordt
vervangen door een enkelvoudig stelsel in het Burgerlijk Wetboek. In
hoofdlijnen ziet de voorgestelde regeling er als volgt uit.
I. Opzegging.
1. De werkgever kan een arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd zonder voorafgaande toestemming opzeggen onder de
verplichting tot het betalen van een bij wet voorgeschreven vergoeding,
tenzij sprake is van een opzegverbod.
2. Het
voornemen tot opzegging wordt uiterlijk vier weken voor de opzeggingsdatum
door de werkgever aan de werknemer aangezegd. Tijdens de aanzegtermijn kan
de werknemer bezwaar maken, waarna hij over dit bezwaar moet worden
gehoord.
3. Na de aanzegtermijn kan met
inachtneming van een opzegtermijn van vier weken worden opgezegd.
4. Opzegging zonder gelegitimeerde grond voor
ontslag of in strijd met discriminatieverboden levert kennelijk ongegrond
ontslag op en is vernietigbaar. Binnen vier weken na de opzegging
dient de werknemer de vernietiging in te roepen.
II
Wettelijke vergoeding.
5. Opzegging
zonder of onder een te lage toekenning van de wettelijke vergoeding is
nietig, tenzij sprake is van een terecht gegeven ontslag op staande voet
of van een ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen (zie hierna
onder IV).
6. De wettelijke vergoeding wordt
verdubbeld als het ontslag vernietigbaar is, maar de rechter van oordeel
is dat instandhouding van de arbeidsovereenkomst niet meer mogelijk is. In
dat geval bedraagt de vergoeding tenminste 3 x het maandsalaris.
III Hoogte van de wettelijke vergoeding.
7. De wettelijke vergoeding is gelijk
aan 1 maandsalaris x het aantal dienstjaren van de werknemer.
Dienstjaren tussen 40 en 50 jaar tellen 1½ keer en vanaf 50 jaar 2
keer mee voor de berekening van de vergoeding. De vergoeding is
maximaal gelijk aan 1 jaarinkomen, tenzij dit jaarinkomen lager is dan €
75.000,=. In dat geval ligt het maximum bij dat bedrag. Bij oudere
werknemers (vanaf 40 jaar) ligt dit maximum bij € 100.000,=.
8. De kosten van scholing kunnen tot een bedrag
gelijk aan ¼ maandsalaris per dienstjaar op de vergoeding in mindering
worden gebracht.
IV. Opzegging om bedrijfseconomische
redenen.
9. Bij een opzegging op grond
van bedrijfseconomische redenen is de werkgever niet verplicht tot het
betalen van de wettelijke vergoeding, mits voorafgaand aan het voornemen
tot opzegging een positief advies is afgegeven door de CWI. In dat
geval behoeft geen aanzegtermijn in acht te worden genomen maar blijft wel
de huidige regeling met betrekking tot de opzegtermijnen van toepassing
(i.h.a. 1 tot 4 maanden), waarbij de thans geldende aftrek van 1 maand
komt te vervallen. De opzegtermijn kan worden verkort met een ¼ maand
per dienstjaar als de werkgever een ¼ maandsalaris per dienstjaar aan
scholing heeft besteed, zij het dat altijd een opzegtermijn van 1
maand in acht moet worden genomen.
Als de CWI negatief oordeelt
over het voornemen tot opzegging is hiervoor toestemming van de rechter
noodzakelijk. Verleent de rechter toestemming, dan is de werkgever
geen vergoeding verschuldigd. Weigert de rechter toestemming, maar
zijn de verhoudingen inmiddels zodanig verstoord dat voortzetting van de
arbeidsovereenkomst geen zin heeft, dan kan de rechter de
arbeidsovereenkomst beëindigen onder toekenning van de dubbele wettelijke
vergoeding.
Als de CWI positief oordeelt over het voornemen tot
opzegging en de werkgever vervolgens opzegt, kan de werknemer die het daar
niet mee eens is de rechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te
herstellen. Wordt de werknemer door de rechter in het gelijk gesteld,
maar is herstel van de arbeidsovereenkomst niet mogelijk, dan bestaat
aanspraak op de wettelijke vergoeding.
10.
Ingeval van toekenning van een (dubbele) vergoeding bij
bedrijfseconomische redenen kan de rechter de vergoeding matigen.
V. Collectief ontslag. Bij een collectief
ontslag (meer dan 20 werknemers) dient de werkgever het voornemen daartoe
nog steeds te melden aan het CWI en blijft de verplichting tot raadpleging
van vakbonden bestaan. Bij collectief ontslag kan een sociaal plan
worden overeengekomen, waarin wél vergoedingen worden afgesproken.
Tot zover in hoofdlijnen de regeling die het kabinet voor ogen
heeft. Voorzover vakbonden al serieus debat hierover wensen aan te gaan is
het niet aannemelijk dat deze regeling in de huidige opzet de eindstreep
haalt en zal de regeling vermoedelijk op tal van plaatsen belangrijke
verandering moeten ondergaan. Zo zal er wat de bonden aangaat in elk
geval een deugdelijke overgangsregeling moeten komen voor de oudere
werknemers, terwijl het ontbreken van een voorafgaande toetsing (door CWI
of rechter) en de (hoogte van) gemaximeerde vergoeding moeilijk
verteerbaar zal zijn.
In de loop van volgende maand hopen wij U
nader te kunnen berichten naar aanleiding van het advies van de sociale
partners.
JPR Advocaten Carel Gaaf
Printbare versie
|