Diensten JPR Advocaten Actueel
 

Nieuwsbrief Arbeidsrecht - Onderscheid op grond van leeftijd toegestaan?

Discriminatie is niet alleen in Nederland, maar ook Europees gezien, een heikel onderwerp, waaraan door de wetgever en de rechtelijke macht zwaar wordt getild. In het algemeen is discriminatie op het gebied van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid verboden. Daar waar echter sprake is van objectieve rechtvaardigingsgronden kan een uitzondering worden gemaakt.

In dit kader heeft de Europese wetgever de Europese Richtlijn 2000/78 opgesteld, welke tot doel heeft met betrekking tot arbeid en beroep een algemeen kader te geven voor de bestrijding van discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. In art. 6 van de Richtlijn wordt bepaald, dat de individuele lidstaten kunnen bepalen dat verschillen in behandeling op grond van leeftijd geen discriminatie vormen, indien zij in het kader van de nationale wetgeving objectief en redelijk worden gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
     Voordat bovengenoemde Europese regelgeving op het gebied van onder andere discriminatie op grond van leeftijd voor handen was, heeft de Hoge Raad in het verleden de deur opengezet voor generieke pensioenontslagen voor werknemers die de 65-jarige leeftijd hadden bereikt. Tussen werknemer en werkgever kon rechtsgeldig worden overeengekomen, dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigde, indien de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikte.
     Richtlijn 2000/78 is door de Nederlandse wetgever geïmplementeerd middels de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL). Deze wet verbiedt het maken van direct en indirect onderscheid op grond van leeftijd in situaties die met de arbeid samenhangen. Art. 7 WGBL geeft echter uitzonderingen op het verbod van onderscheid.
Het verbod van onderscheid geldt niet:

  1. indien het onderscheid is gebaseerd op werkgelegenheids- of arbeidsmarktbeleid ter bevordering van arbeidsparticipatie van bepaalde leeftijdscategorieën
  2. indien het onderscheid betrekking heeft op beëindiging van een arbeidsverhouding of van het dienstverband van een ambtenaar in verband met het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, of een wettelijk vastgestelde of tussen partijen overeengekomen hogere leeftijd 
  3.  indien het onderscheid anderszins objectief gerechtvaardigd is door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

     De eerste twee uitzonderingen betreffen specifiek genoemde gevallen, waarin sprake is van een objectieve rechtvaardiging ten aanzien van het verbod van onderscheid. Onder de eerste uitzondering valt bijvoorbeeld de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Met de tweede uitzondering is een uitzondering opgenomen op het verbod van onderscheid op grond van leeftijd voor ontslag bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van 65 jaar. De derde uitzondering geeft criteria op grond waarvan – buiten de eerste twee genoemde uitzonderingen – onderscheid op grond van leeftijd objectief gerechtvaardigd kan zijn. Ten eerste moet sprake zijn van een legitiem doel. Ten tweede moet sprake zijn van een passend middel en ten derde dient het gebruik van dat specifieke middel ook noodzakelijk zijn om het doel te bereiken. Deze algemene toetsingscriteria zijn nader ingevuld in de jurisprudentie.
     Sinds eind 2007 kan uit een Spaanse zaak worden afgeleid dat de Nederlandse wetgever met de WGBL Richtlijn 2000/78 op een juiste wijze heeft geïmplementeerd. Op 16 oktober 2007 (NJ 2008/38) heeft het Hof van Justitie van de EG, naar aanleiding van een vraag van een Spaanse rechter, een uitspraak gedaan omtrent Richtlijn 2000/78. In deze uitspraak bepaalt het Hof dat een Spaanse CAO-regeling, waarin wordt bepaald dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd eindigt, werknemers die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, ongunstiger behandelt dan alle andere economische actieven. Richtlijn 2000/78 acht dergelijke ongelijkheden alleen geen verboden discriminatie indien zij objectief en redelijk worden gerechtvaardigd door een objectief doel. Deze uitspraak ligt in de lijn van de WGBL.
     Concluderend blijven daarmee overeind de CAO’s, de individuele arbeidsovereenkomsten en ambtelijke rechtspositieregelingen, waarin de bepaling is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Bepalingen in de arbeidsovereenkomst welke regelen dat de arbeidsovereenkomst eindigt vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd kunnen worden overeengekomen, maar slechts voor zover dit onderscheid naar leeftijd objectief gerechtvaardigd is door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
     Een bekend praktijkvoorbeeld hieromtrent betreffen de procedures welke piloten van Martinair en KLM tegen hun werkgevers aanspanden. In deze serie uitspraken stond de vraag centraal of op basis van de geldende CAO tussen partijen, legitiem was de bepaling in de arbeidsovereenkomst, waarin was opgenomen dat bij het bereiken van de 55-jarige leeftijd het dienstverband van rechtswege eindigde. Met andere woorden of er ten aanzien van dit onderscheid naar leeftijd een objectieve rechtvaardigingsgrond aanwezig was. De Hoge Raad accordeerde dit onderscheid met name op grond van het ‘doorstroomcriteria’ (jonge piloten dienen tijdig een kans te krijgen), het feit dat er voor de afvloeiende piloten een vervangend inkomen beschikbaar was gesteld en het feit dat de afspraken naar aanleiding van CAO-onderhandelingen tot stand waren gekomen. De veelvuldig voorkomende gedachte dat het ouder worden in het algemeen leidt tot afnemende prestaties van werknemers, wat gevaar voor personen en goederen tot gevolg kan hebben, is op zichzelf een te ruw en algemeen argument om een legitiem onderscheid naar leeftijd te kunnen maken.
     De aard van het bedrijf of beroep kan aanleiding geven om afspraken te maken omtrent vervroegde pensionering, of om ander onderscheid naar leeftijd aan te brengen. Wij dienen u hieromtrent gaarne van advies. Werknemers kunnen we adviseren omtrent de vraag of sprake is van verboden leeftijdsdiscriminatie.

NB Vanaf inwerkingtreding van de WGBL , 1 mei 2004, tot 2 december 2006 gold een overgangsregime voor onderscheid bij beëindiging in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, voor zover deze lager is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor zaken uit deze periode kan een afwijking – ten gunste van de werkgever – ten aanzien van het bovenstaande gelden.

Ruben Schuurman, sectie Arbeidsrecht JPR Advocaten

 

Printbare versie