Nieuwsbrief Arbeidsrecht - Verhaalsrecht werkgever voor doorbetaald
loon
De mogelijkheid van de werkgever om schadevergoeding te
vorderen jegens diegene die verantwoordelijk is voor de
arbeidsongeschiktheid van zijn werknemer.
In1996 heeft de
wetgever artikel 6:107a BW ingevoerd. Dit artikel kent de werkgever een
wettelijk verhaalsrecht toe ter zake van het doorbetaalde loon jegens een
derde die verantwoordelijk is voor de arbeidsongeschiktheid van zijn
werknemer. Ruim 10 jaar later kan men concluderen dat weinig
werkgevers van dit verhaalsrecht op de hoogte zijn en dat derhalve nog te
veel werkgevers feitelijk met een onnodige kostenpost blijven zitten.
Wanneer een werknemer tijdelijk of blijvend arbeidsongeschiktheid
raakt ten gevolge van een gebeurtenis (bijvoorbeeld een auto-ongeluk)
waarvoor een derde aansprakelijk is, wordt een deel van de inkomensschade
die uit de arbeidsongeschiktheid voortvloeit opgevangen door de werkgever.
De werkgever is immers wettelijk verplicht gedurende een tijdvak van 104
weken in ieder geval 70% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon door
te betalen, waarbij de eerste 52 weken voor de werknemer tenminste
aanspraak blijft bestaan op het voor hem geldende wettelijke minimumloon.
Bovendien bestaat daarnaast vaak voor de werkgever op grond van de
arbeidsovereenkomst of de CAO een verplichting tot bovenwettelijke
aanvulling van het loon, zulks veelal gedurende het eerste jaar van
arbeidsongeschiktheid maar soms ook doorlopend tot het tweede of zelfs het
derde arbeidsongeschiktheidsjaar.
De schade waarmee de werkgever
zich geconfronteerd ziet beperkt zich overigens niet tot de genoemde
loondoorbetalingsverplichting en de eventuele bovenwettelijke
aanvullingsverplichting. De werkgever kan bijvoorbeeld bedrijfsschade
lijden in de vorm van kosten vervanging, omzetderving of
re-integratiekosten. Het huidige regresrecht van de werkgever heeft
evenwel slechts betrekking op het doorbetaalde loon. Dat betekent dat
andere schade niet voor vergoeding op basis van artikel 6:107a BW in
aanmerking komt.
Ook in een ander opzicht is het huidige
regresrecht beperkt. De Hoge Raad heeft namelijk in de loop der jaren
bepaald dat, vreemd genoeg, de werkgever alleen aanspraak heeft op verhaal
van het netto doorbetaalde loon (loon minus loonbelasting en premies).
De buitengerechtelijk kosten komen bovendien alleen voor
vergoeding in aanmerking indien zij door de werkgever zijn gemaakt en zij
voor vergoeding in aanmerking zouden komen indien zij door de werknemer
zouden zijn gemaakt.
Naast het vorenstaande kan het regresrecht
van artikel 6:107a BW niet jegens elke dader worden uitgeoefend. De
werkgever kan geen verhaal nemen op een veroorzaker die tevens eigen
werknemer is, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Deze
beperking is van grote betekenis nu veel gevallen van
arbeidsongeschiktheid te wijten zijn aan een fout van een collega van het
slachtoffer.
Het loon dat de werkgever gedurende
arbeidsongeschiktheid van zijn arbeidsongeschikte werknemer moet
doorbetalen, komt in mindering op een eventuele door het slachtoffer te
ontvangen civielrechtelijke schadevergoeding. De rechter is verplicht bij
de vaststelling van de schadevergoeding aan het slachtoffer rekening te
houden met de aanspraken uit hoofde van de doorbetaling van loon van het
slachtoffer jegens zijn werkgever. Deze verplichte voordeelstoerekening
bij de berekening van de schade van het slachtoffer is bedoeld om te
voorkomen dat het slachtoffer zowel van de aansprakelijke persoon als van
de werkgever met succes vergoeding van dezelfde schade (inkomensderving)
zou kunnen vorderen. Maakt de werkgever niet van zijn regresrecht gebruik,
dan ontspringt de veroorzaker voor een deel van de veroorzaakte schade de
dans.
Er is voor wat betreft de re-integratiekosten een
wetsvoorstel in de maak. Het wetsvoorstel geeft meer juridische
duidelijkheid en stimuleert daarmee snellere re-integratie van zieke en
arbeidsongeschikte werknemers. De tekst van het wetsvoorstel wordt
openbaar op het moment van indiening bij de Tweede Kamer. Werkgevers
die hun zieke werknemers weer aan de slag helpen, kunnen de kosten daarvan
makkelijker verhalen op de eventuele veroorzaker van de ziekte of
handicap. Ook het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)
en werkgevers die zelf het risico dragen van (gedeeltelijke)
arbeidsongeschiktheid kunnen deze kosten bij arbeidsongeschiktheid straks
gemakkelijker verhalen op een mogelijke veroorzaker. Onduidelijkheid
over de aansprakelijkheid voor de kosten van re-integratie na een ongeval
waarvan de oorzaak bij een derde ligt mag overigens geen belemmering
vormen voor het onmiddellijk starten met de nodige
re-integratiemaatregelen.
In de situaties waarin bijvoorbeeld voor
de doorbetaling van loon waarop de werknemer geen aanspraak heeft in de
zin van artikel 6:107a BW (bijvoorbeeld het “bruto-gedeelte”) kan het
onder beperkte en bijzondere omstandigheden voor de werkgever mogelijk
zijn dat de schade wordt gevorderd op basis van de reguliere zogenaamde
onrechtmatige daad. De gedraging dient in dat geval niet alleen als
onrechtmatig jegens de werknemer maar ook als onrechtmatig jegens de
werkgever te kunnen worden bestempeld.
Han Dunhof: dunhof@jpr.nl, advocaat te Enschede
Sjoerd van der Vegt; vandervegt@jpr.nl, advocaat te
Zutphen
juni 2007
Printbare versie
|