Diensten JPR Advocaten Actueel
 

Nieuwsbrief Arbeidsrecht - De Bonus; een (kerst)cadeautje?

Mevrouw mr. R.H.H.G. (Renate) Kroeze (kroeze@jpr.nl)
advocaat bij JPR Advocaten te Enschede


Steeds vaker komen werkgever en werknemer een vorm van variabele beloning overeen. Hierbij valt onder meer te denken aan de bonus, de provisie, de winstdeling etc. Niet zelden is het motiveren en stimuleren van werknemers (één van) de achterliggende gedachte(n).
In wet- en regelgeving is nauwelijks iets geregeld met betrekking tot deze variabele vormen van beloning. Bovendien zijn de door werkgevers en werknemers gemaakte afspraken geregeld onduidelijk of onjuist, met alle gevolgen van dien.

Aan een werknemer komt loon toe. Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen loon afhankelijk van de uitkomsten van de te verrichten arbeid (=stukloon), alsook loon afhankelijk van het verstrijken van een bepaalde periode. Onder welke categorie de bonus wordt gebracht is met name van belang bij ziekte. Kan de werknemer ook dan bij een (langere) periode van ziekte aanspraak maken op een bonus? Bovendien doet zich de vraag voor of ook vakantiebijslag of pensioen hierover wordt opgebouwd.

Op grond van artikel 7: 629 BW heeft de arbeidsongeschikte werknemer tijdens ziekte recht op doorbetaling van tenminste 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon. In beginsel gaat het hier dus om doorbetaling tijdens ziekte van periodiek verschuldigd loon. Een enkele bonus valt hier dus niet onder. Dit kan anders worden indien de bonus, door de jaren heen, een structureel karakter heeft gekregen. Indien de werknemer gedurende enkele jaren een bonus heeft ontvangen dan kan het zo zijn dat de bonus deel is gaan uitmaken van het naar tijdruimte vastgestelde loon.

Voordeel van een variabele beloning is dat zij in principe alleen uitgekeerd behoeven te worden indien het gestelde doel is behaald. Ten gunste van de onderneming kunnen de prestaties van de individuele werknemers bovendien worden gestuurd. Hierdoor kan ook bij derden (potentiële klanten/relaties etc.) een prestatiegericht beeld van de organisatie ontstaan.

Daarentegen wordt nog wel eens vergeten dat voor een goed functionerend beloningssysteem, ook een goed beoordelingssysteem onontbeerlijk is. Door middel van een dergelijk systeem kan beoordeeld worden of een individuele werknemer in aanmerking komt voor een bonus. Dit alles bevordert de objectiviteit en transparantie en is derhalve een absolute noodzaak.

In de praktijk blijkt echter dat de bonusregeling lang niet altijd even duidelijk is geregeld. Regelmatig is sprake van een bepaling waarin alleen is vastgelegd dat een bonus kan worden toegekend. Soms wordt dit nader gespecificeerd door aan te geven dat toekenning afhankelijk is van het bedrijfsresultaat en het functioneren van de werknemer. Daarmee ontstaat het grote risico van willekeur en subjectiviteit, hetgeen in de praktijk binnen de kortste keren voor veel onrust kan zorgen. In plaats van een positieve stimulans, leidt dit snel tot demotivatie.

Veel geschillen gaan over de vraag of een bonus tot het salaris dient te worden gerekend. Hiervoor gaf ik dit al aan ingeval de loondoorbetaling bij ziekte. Deze problematiek speelt ook een rol bij een ontbindingsprocedure, en een eventueel vast te stellen ontbindingsvergoeding. Is de bonus te beschouwen als een “vast en overeengekomen looncomponent” in de zin van de Aanbevelingen van de Kantonrechters? Indien dit wel het geval is, kan redelijk succesvol worden betoogd dat de bonus deel uitmaakt van het salaris, en dat hiermede dus rekening moet worden gehouden bij de vaststelling van de hoogte van een ontbindingsvergoeding.

Het is ook daarom bijzonder aan te bevelen om niet alleen de bonus zelf, maar ook de voorwaarden waaronder deze kan worden toegekend, duidelijk vast te leggen. Mocht er ooit discussie komen ter zake de bonus, dan kan naar deze afspraken c.q. voorwaarden worden verwezen.

In hoeverre is nog sprake van een onverplichte (bonus/uitkering), indien een werkgever jarenlang achtereen een bonus aan zijn werknemers heeft verstrekt?

In het onderstaande worden enkele handvatten gegeven, welke zijn gedestilleerd uit veelal casuïstische rechtspraak. 

 

  1. Een schriftelijke bonusregeling zonder enig voorbehoud, op basis waarvan enkele jaren achter elkaar wordt betaald, zal na enige tijd omslaan in een verplichting van de werkgever om het bedrag jaarlijks te blijven uitbetalen, ongeacht de prestaties die daar tegenover staan.
     
  2. Bij een schriftelijke bonusregeling met voorbehouden komt het veelal aan op een uitleg van deze voorbehouden.
     
  3. Tegenover de overeengekomen bonusregeling (al dan niet met voorbehouden) staat de niet overeengekomen bonusregeling. Is een bonus niet uitdrukkelijk tussen de werkgever en de werknemer overeengekomen, dan mag uit een enkele toekenning van een bonus door de werkgever niet snel worden geconcludeerd dat de werkgever zich ook heeft willen binden voor de toekomst. Veelal bestaat de gedachte dat de werkgever de bevoegdheid heeft om hierover jaarlijks te oordelen.
     
  4. Uit de rechtspraak kan worden afgeleid dat een steeds grotere rol is weggelegd voor het goed werkgeversschap (artikel. 7:611 BW) en de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 en 6:248 BW). Dit geldt onder meer bij de uitleg van de voorbehouden van een bonusregeling, alsook bij een niet uitdrukkelijk overeengekomen bonusregeling
     
  5. Het wordt al gauw in strijd met het goed werkgeversschap geacht, indien sprake is van willekeur bij de toekenning van een bonus. Bijvoorbeeld als er één werknemer zonder goede reden wordt uitgezonderd van de bonus. Hetzelfde geldt in geval van opgewekte verwachtingen die vervolgens niet worden nagekomen.
     
  6. Bovendien kent een bonusregeling met enige regelmaat als voorwaarde dat de desbetreffende werknemer, om in aanmerking te kunnen komen voor een bonus, het gehele jaar werkzaam moet zijn. Vraagtekens dienen te worden gesteld bij een dergelijke voorwaarde. In eerdere rechtspraak is reeds uitgemaakt dat ziekte niet maakt dat aan een werknemer geen bonus toekomt. Het is bovendien nimmer mogelijk deze voorwaarde ook te doen laten gelden voor vrouwelijke werknemers die niet het gehele jaar hebben gewerkt als gevolg van hun zwangerschapsverlof. Er is in dat geval sprake van discriminatie van deze vrouwen.  
     
    Conclusie:
     
    Het toepassen van variabele beloning c.q. het uitbetalen van een bonus is uiteindelijk bedoeld om de werknemer te motiveren en te stimuleren. Het vooruitzicht op een bonus zal de werknemer binden aan de onderneming en de werknemer zal zich extra voor het bedrijf inzetten.

    Al deze waardevolle effecten gaan echter verloren wanneer een bonus geen extra beloning meer is, maar een grote bron van onzekerheid en geschillen. Het is dan ook voor de werkgever van het grootste belang om deze variabele beloningen goed te regelen, bijvoorbeeld in de individuele arbeidsovereenkomst of een aparte bonusregeling.
    Uiteraard dienen wij u hierbij graag van advies.

Printbare versie