Diensten JPR Advocaten Actueel
 

Nieuwsbrief Arbeidsrecht - De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

In de praktijk worden aan leden van onze sectie veelvuldig vragen gesteld over het gebruik van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Hierna volgen praktische opmerkingen die dienstig zijn bij het hanteren van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Een aantal van deze opmerkingen zijn spreekwoordelijke open deuren. Toch loopt het in de praktijk nog regelmatig anders dan bedoeld.

Schriftelijk
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt bij voorkeur schriftelijk overeengekomen. Indien er geen sprake is van een schriftelijke overeenkomst, moet de werkgever anderszins bewijzen dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd. Het komt meer dan eens voor dat de werknemer met zijn werkzaamheden begint zonder dat de arbeidsovereenkomst is ondertekend. Meestal loopt dit wel los, maar behoudens ander bewijs kan de werknemer zich op het standpunt stellen dat er dan sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Zorg er voor dat de arbeidsovereenkomst is ondertekend voordat de werkzaamheden aanvangen.

Omzetting in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
Indien een reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden hebben opgevolgd, een periode van 36 maanden -deze tussenpozen inbegrepen- hebben overschreden, geldt de laatste arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd. Ditzelfde geldt voor meer dan drie voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten die elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden. Overigens kan bij CAO hiervan worden afgeweken.

De wettelijke systematiek staat dus toe om één arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overeen te komen die langer duurt dan 36 maanden.
In de praktijk komt het voor dat er onbedoeld een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat omdat onvoldoende wordt geregistreerd wat de duur van de arbeidsovereenkomst is en hoe vaak deze inmiddels is verlengd.
Voorts komen verschillende varianten voor waarbij (vage) toezeggingen worden gedaan over het – in afwijking van de wettelijk systematiek- eerder ontstaan van een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Dit soort toezeggingen moet zoveel mogelijk worden vermeden.

Opvolgend werkgeverschap.
Voornoemde ketensystematiek geldt ook in situaties dat u als opvolgend werkgever bent te beschouwen. Dat kan ondermeer het geval zijn als:
  - U de werknemer eerst hebt ingeleend (uitzending, detachering, insourcing);
  - Sprake is van een overgang van onderneming;
  - Intra-concern overplaatsingen;
  - Doorstart/overname van een failliete onderneming (Nieuwsbrief februari 2007).
Het is dus zaak het arbeidsverleden van een sollicitant te kennen, alvorens u contracteert.

De proeftijd
Komt u een arbeidsovereenkomst overeen waarbij de overeengekomen duur korter is dan twee jaar, dan is de proeftijd gemaximeerd tot één maand. Ook hier geldt dat bij CAO kan worden afgeweken. Een afwijkende proeftijd leidt tot nietigheid van de proeftijd, d.w.z. dat geen proeftijd geldt. Nog steeds komen wij nietige proeftijdbepalingen tegen.

Regelmatig komt het voor dat de werkgever ons benadert kort na afloop van de proeftijd. Dit gebeurt voornamelijk als werknemers niet op de eerste dag van de maand in dienst treden, maar in de loop van de maand.

Het objectiveerbaar einde van rechtswege
Wanneer het eindtijdstip niet objectief is, dat wil zeggen niet onafhankelijk van de wil van partijen, kan worden vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst geen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is, maar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de praktijk ontstaan vaak discussies indien geen concrete einddatum wordt genoemd, maar wordt aangesloten bijvoorbeeld bij herstel van zieke werknemer die wordt vervangen of het voltooien van een project.
Er is geen aanleiding tot discussie indien er voorts een concrete duur in maanden en een concrete einddatum wordt genoemd.

Een einde van rechtswege betekent dat er geen voorafgaande opzegging nodig is. Door wel een bepaling op te nemen die voorafgaande opzegging inhoudt, ontdoet de werkgever zich van het voordeel van het einde van rechtswege. De arbeidsovereenkomst moet dan worden opgezegd, hetgeen betekent dat de CWI toestemming moet worden gevraagd.

Tussentijdse beëindiging
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen ontbinding en opzegging van de arbeidsovereenkomst. Indien geen bepaling van tussentijdse opzegging is overeengekomen, staat het partijen wel vrij de arbeidsovereenkomst tussentijds te laten ontbinden door de kantonrechter. De kantonrechter zal echter doorgaans rekening houden met het tijdelijke karakter van de arbeidsovereenkomst.

De meningen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijdse opzeggingsmogelijkheid tussentijds kan worden opgezegd. Veiligheidshalve heeft het derhalve de voorkeur wel deze bepaling op te nemen. In ieder geval maakt een tussentijdse opzeggingsmogelijkheid het mogelijk om met een werknemer een tussentijdse beëindigingregeling te treffen, waarbij WW rechten zoveel mogelijk zeker worden gesteld. Het UWV stelt zich op het standpunt dat bij een tussentijds einde van een arbeidsovereenkomst zonder tussentijdse opzeggingsmogelijkheid recht op WW pas ontstaat na ommekomst van de bepaalde tijd.

(Stilzwijgende) voortzetting
Het komt voor dat vóór afloop van de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd werkgever werknemer het voordeel van de twijfel gunt, maar niet gebonden wil zijn aan dezelfde periode. In die gevallen wordt vaak afgesproken dat de arbeidsovereenkomst wordt verlengd voor een kortere duur. Indien werknemer de aangepaste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de kortere duur niet ondertekent, is hij toch gebonden aan de kortere duur. Dit volgt uit een arrest van de Hoge Raad van oktober 2007. Bepalend is of werknemer op grond van gedragingen van werkgever heeft mogen aannemen dat de arbeidsovereenkomst na afloop van de tijd waarvoor deze was aangegaan stilzwijgend werd voortgezet. Indien de werkgever er nooit ten opzichte van de werknemer onzekerheid over heeft laten bestaan dat hij de arbeidsovereenkomst slechts voor de kortere duur heeft willen voortzetten, is de werknemer daaraan gebonden. In die situatie is er volgens de Hoge Raad geen sprake van een voortzetting zonder tegenspraak.
Van belang is wel dat de werkgever kan bewijzen dat er over een voortzetting voor kortere duur is gesproken en dat dit voorwaarde is geweest voor de voorzetting. De werkgever dient voor schriftelijke vastlegging zorg te dragen om niet in bewijsnood te komen. Deze vastlegging dient te geschieden vóór de voorzetting. Het blijft de voorkeur genieten een en ander in een overeenkomst vast te leggen.

Zutphen, april 2008

Sjoerd van der Vegt

 

Printbare versie