Diensten JPR Advocaten Actueel
 

Nieuwsbrief Arbeidsrecht - Ontwikkelingen kennelijk onredelijk ontslag:

twee stappen naar voren en één stapje terug

Indien een werkgever op zijn initiatief de arbeidsovereenkomst met een werknemer wenst te beëindigen, dan kan deze werkgever in beginsel kiezen tussen twee routes. De werkgever kan de kantonrechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter kan daarbij een vergoeding toekennen aan de werknemer.
Als alternatief kan de werkgever ervoor kiezen UWV WERKbedrijf (UWV) toestemming te vragen de arbeidsovereenkomst met de werknemer te mogen opzeggen. Het UWV kent zelf geen vergoeding toe aan de werknemer. Het is derhalve in eerste instantie aan de werkgever, eventueel middels een Sociaal Plan, de werknemer financieel te compenseren voor het verlies van zijn baan.

In bovengenoemde eerste route, in het geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst, (be)oordeelt een rechter de beëindiging van het dienstverband. Indien de rechter ontbindt is er behoudens een paar uitzonderlijke gevallen, geen mogelijkheid meer voor de werknemer om (de gevolgen van) het ontslag opnieuw in rechte aan de kaak te stellen. Dit is anders bij bovengenoemde tweede route waarbij de werknemer, nadat de arbeidsovereenkomst door opzegging is beëindigd, middels een “kennelijk onredelijk ontslag” procedure in rechte kan vorderen dat aan hem (alsnog) een ontslagvergoeding wordt toegekend.

In het kader van de eerste route heeft de kantonrechter de mogelijkheid om aan de werknemer een vergoeding naar billijkheid toe te kennen. De kantonrechters hebben hierover onderling aanbevelingen opgesteld hoe deze vergoeding naar billijkheid dient te worden berekend. De zogeheten “kantonrechtersformule” betreft een van deze aanbevelingen. In het kader van de tweede route kan de kantonrechter aan de werknemer op basis van kennelijk onredelijk ontslag een schadevergoeding toekennen.

De wijze waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, hetzij door opzegging dan wel door ontbinding, kan uiteindelijk tot een verschillende vergoeding leiden. De jurisprudentie gaf geen eenduidig beeld terwijl dit verschil zich niet echt goed liet verklaren. Bij sommigen (zowel rechters als justitiabelen) heeft dit geleid tot een gevoel van oneerlijkheid en onrechtvaardigheid, en meermalen is dan ook bepleit voor het min of meer gelijktrekken van de vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag met de ontbindingsvergoeding.

Aangezien de Hoge Raad zich tot nu toe (nog) niet over de kwestie heeft uitgelaten en de ene (kanton)rechter wel aansluit bij de kantonrechtersformule en de ander weer niet, heeft het Gerechtshof Den Haag in oktober 2008 in het kader van de rechtsgelijkheid in een zevental arresten een formule in het leven geroepen voor kennelijk onredelijk ontslag. Het Hof Den Haag heeft daarbij de kantonrechtersformule als uitgangspunt genomen.

De Haagse formule houdt in dat de opzegging veelal kennelijk onredelijk is als bij die opzegging de werknemer niet tenminste een vergoeding is aangeboden aan de hand van de kantonrechtersformule, verminderd met 30 %. Het percentage van 30 wordt door het Hof niet expliciet beargumenteerd, maar lijkt te zijn ingegeven door het feit dat bij opzegging de opzegtermijn door de werkgever in acht moet worden genomen en door het feit dat een ontbindingsverzoek, bij het tegenvallen van de vergoeding, door de verzoeker kan worden ingetrokken. In feite heeft het Haagse Hof, in het kader van kennelijk onredelijk ontslag, aan de kantonrechtersformule (die bestaat uit een A-factor, een B-factor en een C-factor) een nieuwe (D-)factor toegevoegd, zodat de formule zich als volgt laat samenvatten:

(A x B x C) x D, waarbij D = 0,7.

Het Hof Den Haag valt te prijzen dat zij heeft getracht rechtsgelijkheid te creëren voor wat betreft de berekening van de vergoeding in het kader van een procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag. Daar staat wel tegenover dat het Hof Den Haag er niet in is geslaagd de andere vier Hoven op dezelfde lijn te krijgen. Vrij snel na oktober 2008 lieten de andere vier Hoven namelijk al doorschemeren dat zij de Haagse formule niet zouden volgen. Kennelijk hebben de andere Hoven de koppen wel bij elkaar gestoken, aangezien in de zomer van 2009 alle vier de andere Hoven (Amsterdam, Leeuwarden, Arnhem en Den Bosch) arresten hebben gewezen op het gebied van kennelijk onredelijk ontslag, waarbij de zogenaamde “XYZ-formule” is geïntroduceerd.

De overige Hoven overwegen dat eerst vastgesteld zal moeten worden of de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is. De rechter dient bij beantwoording van die vraag alle omstandigheden van het geval, in onderlinge samenhang bekeken, in acht te nemen. Indien uiteindelijk het antwoord bevestigend luidt, komt vervolgens de schadevergoeding aan de orde. De overige Hoven gaan in het vervolg, en tot de Hoge Raad eventueel anders beslist, daarbij uit van de XYZ-formule (X x Y x Z) om de hoogte van de schadevergoeding vast te stellen. Daarbij staat factor X voor het aantal ‘gewogen’ dienstjaren; Y staat voor het laatstverdiende bruto maandsalaris inclusief vaste emolumenten en factor Z betreft uiteindelijk de correctiefactor. In de Z-factor worden alle omstandigheden van het geval gewogen, waarbij als uitgangspunt geldt dat Z in beginsel niet hoger is dan 0,5. In bijzondere gevallen, waarover toekomstige jurisprudentie uitsluitsel zal moeten geven, kan dat anders zijn.

Conclusies
Met de recente ontwikkelingen zijn twee stappen voorwaarts gemaakt. Het lijkt namelijk ten eerste inmiddels vast te staan dat ook in het geval van kennelijk onredelijk ontslag (een variant) op de kantonrechtersformule bij het bepalen van de ontslagvergoeding wordt gehanteerd en ten tweede bieden alle vijf Hoven voor de berekening daarvan concrete handvatten. De stap achterwaarts is het feit dat er op het moment nog steeds sprake lijkt te zijn van rechtsongelijkheid.

De hoogte van de vergoeding wordt immers deels bepaald door het feit of een zaak zich voordoet in het hofressort Den Haag of in het ressort van een van de vier andere Hoven. Doet de zaak zich voor in het ressort Den Haag dan is een ontslag in beginsel kennelijk onredelijk, indien niet tenminste 70 % van de kantonrechtersformule als vergoeding is aangeboden/toegekend. In de rest van Nederland wordt eerst afhankelijk van de omstandigheden van het geval geoordeeld of er al dan niet sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Indien dat het geval is, wordt in beginsel (maximaal) een vergoeding toegekend van de helft van de neutrale kantonrechtersformule.

Ten aanzien van het voorgaande dient een belangrijk voorbehoud te worden gemaakt: de Hoge Raad heeft het laatste woord en een arrest van de Hoge Raad ligt in het verschiet. Tegen een van bovengenoemde zeven uitspraken van het Gerechtshof Den Haag van oktober 2008 is namelijk cassatie ingesteld en inmiddels heeft de Advocaat-Generaal (AG), adviseur van de Hoge Raad, de Hoge Raad op 4 september 2009 geadviseerd om de uitspraak op twee punten te vernietigen. De AG is het oneens met de uitspraak van het Hof, voor zover dit oordeel inhoudt dat de vraag of een ontslag al dan niet kennelijk onredelijk moet worden geacht, (hoofdzakelijk) afhankelijk is van de vraag of de werknemer wel 70 % van de kantonrechtersformule is aangeboden. Daarnaast vindt de AG dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd, waarom er een generieke korting (van 30 %) zou moeten worden toegepast. Nu de AG de Hoge Raad adviseert om het arrest van het Hof te vernietigen en te verwijzen naar een van de vier andere Hoven, adviseert de AG de Hoge Raad ook de XYZ-formule, waarover de AG ook niet onverdeeld positief is, nu in deze formule ook een generieke korting wordt gehanteerd, in zijn oordeel te betrekken. Later dit jaar zal blijken of de Hoge Raad de conclusie van de AG volgt.

Gelet op de vele reorganisaties die zijn doorgevoerd en nog zullen worden doorgevoerd, die meestal gepaard gaan met opzegging van de arbeidsovereenkomst na verkregen toestemming van het UWV, is de kennelijk onredelijk ontslag procedure ZEER actueel.

Voor advies aangaande kennelijk onredelijk ontslag, de hoogte van de vergoeding, het voeren van de onderhandelingen en het voeren van de uiteindelijke procedure, kunt u uiteraard contact opnemen met uw aanspreekpunt bij JPR Advocaten. Wij houden u in ieder geval op de hoogte van de ontwikkelingen in de jurisprudentie.

Ruben Schuurman
Sectie Arbeidsrecht JPR Advocaten

Printbare versie