Nieuwsbrief Arbeidsrecht - Drugsgebruik buiten werktijd leidt tot
ontslag op staande voet
Privacy op de werkvloer is een in literatuur en jurisprudentie
terugkerend onderwerp. In dergelijke vraagstukken staat de
belangenafweging tussen het belang van de werkgever en de privacy van de
werknemer centraal. Deze belangenafweging kan voor de werknemer
verstrekkende gevolgen hebben. Dit volgt uit een recent arrest van
de Hoge Raad.
Het betreft een Arubaanse zaak. De
werkneemster was in dienst bij het Hayatt Hotel als
casinobeverageserver. Hayatt heeft de laatste jaren veel werk gemaakt
van een anti-drugsbeleid. De reden hiervoor was het behouden van de goede
naam van het hotel en het de gasten aantrekkelijk maken om in het Hayatt
Hotel te verblijven door een immer correct gedrag van de werknemers,
zonder dat dit gedrag negatief beïnvloed wordt door het gebruik van drugs.
In het kader van dit beleid heeft Hayatt “drug-free workplace
policy”-trainingen georganiseerd. De werkneemster heeft zo’n training
bijgewoond. Daarbij is aangekondigd dat Hayatt met random drug-testing zou
beginnen en is gewezen op de mogelijkheid van ontslag na een positieve
uitslag van een drugstest. Op dezelfde dag heeft de werkneemster getekend
voor ontvangst van het document “drug-free workplace policy”. Zij heeft
ook een verklaring ondertekend waarin staat dat zij aanvaardt dat een
positieve uitslag van een alcohol- en drugstest een reden voor ontslag kan
zijn. De werkneemster is na verloop van tijd aan een test onderworpen
en de uitkomst bleek positief te zijn. Aan werkneemster zijn vervolgens
drie keuzes voorgelegd: aanmelding voor een rehabilitatieprogramma,
ontslag op staande voet krijgen of vrijwillig ontslag nemen. De
werkneemster heeft laten weten niet te willen deelnemen aan dit
rehabilitatieprogramma. Daarop is zij op staande voet ontslagen.
De werkneemster heeft geprotesteerd tegen het ontslag op staande
voet en een procedure aanhangig gemaakt tot herstel van het dienstverband.
De werkneemster stelde zich op het standpunt dat zij de drugs in haar
vrije tijd heeft gebruikt en dat een dergelijke code nooit kan toezien op
gebruik van drugs in privé-tijd. Daarnaast heeft de werkneemster
aangevoerd dat de verplichting om mee te werken aan een drugstest een
ontoelaatbare inbreuk op haar privacy is.
Ten aanzien van het
eerste argument van de werkneemster stelde de Hoge Raad dat door het
ondertekenen van de verklaring drug-free workplace policy de werkneemster
heeft aanvaard dat een positieve alcohol- of drugtest een reden voor
ontslag op staande voet zou kunnen opleveren. Ook wanneer de drugs in
privé-tijd zijn gebruikt. De Hoge Raad gaat er hierbij vanuit dat de
werkneemster wist of behoorde te weten dat drugs tot 72 uur na gebruik nog
waarneembare sporen in het lichaam achterlaten.
Ten aanzien van het tweede argument van de werkneemster stelde de Hoge
Raad voorop dat het anti-drugsbeleid van Hayatt inderdaad tot een inbreuk
van de persoonlijke levenssfeer van haar werknemers leidt in die zin dat
het gebruik van cocaïne in de privé-tijd (gedurende de weekends en in de
laatste drie dagen van de vakantie) niet mogelijk is zonder het risico van
een ontslag op staande voet (indien geen gebruik gemaakt wordt van de
mogelijkheid een rehabilitatieprogramma te volgen).
Ten aanzien
van dit tweede argument stellen critici dat de Hoge Raad er wel erg
gemakkelijk vanuit gaat dat het een feit van algemene bekendheid is dat
drugs tot 72 uur in de bloedbaan zichtbaar blijven.
Gevolgen voor de praktijk Het hier besproken
arrest kan verstrekkende gevolgen voor de praktijk hebben. Ontslag na
positieve uitslag van een drugstest (of een alcoholtest) lijkt nu
mogelijk, mits 1) de werkgever een streng anti-drugs- of alcoholbeleid
voert, 2) de werknemer met dit beleid en de eventuele consequenties ervan
heeft ingestemd, en 3) de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de
werknemer -als gevolg van het feit dat door de test ook privégebruik van
verdovende middelen duidelijk wordt- wordt gerechtvaardigd door het willen
voorkomen van reputatieschade door de werkgever.
Ten slotte wordt
opgemerkt dat de uitkomst van dit arrest anders zou kunnen zijn wanneer de
werkneemster uitsluitend op basis van een positieve drugstest zou zijn
ontslagen (zonder mogelijkheid te bieden om een afkickprogramma te
volgen). De Hoge Raad zegt dit niet met zoveel woorden, maar de
mogelijkheid dat dan tot een andere uitkomst gekomen zou kunnen worden,
ligt wel in het arrest besloten.
Zutphen, 25 januari 2008
Pauline Polderman
Printbare versie
|