Eindigt de arbeidsovereenkomst wegens het bereiken van de
pensioengerechtigde leeftijd van de werknemer?
Uitgangspunt
In het Nederlands Juristenblad van 29 augustus 2008 verdedigde professor
Lutjens de stelling dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op
het moment dat de werknemer de AOW gerechtigde leeftijd van 65 jaar
bereikt, ongeacht of dat in de arbeidsovereenkomst met zoveel woorden is
overeengekomen of niet.
Ook indien in de arbeidsovereenkomst niet is vastgelegd dat de
arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd
als bedoeld in de AOW van rechtswege eindigt dan nog eindigt de
arbeidsovereenkomst van rechtswege op het moment dat de
pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in de AOW werd bereikt, aldus
Lutjens.
Lutjens beriep zich hierbij op een aantal arresten van de Hoge Raad.
In het Godfried arrest van 13 januari 1995 (NJ 95, 430) stelde de Hoge
Raad zich op het standpunt dat voor een proeftijdontslag wegens leeftijd
boven de 65 jaar een redelijke en objectieve rechtvaardiging viel aan te
wijzen. De Hoge Raad baseerde dit oordeel op de gedachte dat de regel dat
een dienstbetrekking in het algemeen van rechtswege eindigt bij het
bereiken van de 65-jarige leeftijd in overeenstemming is met de
rechtsopvatting van brede lagen van de bevolking.
In de visie van Lutjens heeft de Hoge Raad deze uitspraak bevestigd in het
Op `t Land arrest van 1 november 2002 (NJ 2002, 622). In dit arrest
overwoog de Hoge Raad namelijk: “is er ook thans geen aanleiding tot een
minder terughoudende beoordeling dan is aanvaard in het Godfried arrest en
evenmin grond voor het oordeel dat een objectieve en redelijke
rechtvaardiging voor het onvrijwillig beëindigen van de dienstbetrekking
bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet langer bestaat.”
Het ging hier om een situatie waarin in de arbeidsovereenkomst niets was
bepaald over het einde van de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de
pensioengerechtigde leeftijd. Nadat de werkgever een ontslagvergunning had
verkregen louter op grond van het feit dat de werknemer 65 jaar zou worden
sprak de werknemer de werkgever aan wegens kennelijk onredelijk ontslag.
De Hoge Raad was van oordeel dat van een kennelijk onredelijk ontslag geen
sprake was. Met name was er geen sprake van leeftijdsdiscriminatie.
Ook in het KLM arrest van 8 oktober 2004 (NJ 2005, 117) concludeerde de
Hoge Raad tot een van rechtswege eindigen van een arbeidsovereenkomst
wegens het bereiken door de piloten van de KLM van de in de CAO
vastgelegde pensioengerechtigde leeftijd (in hun geval van 56 jaar). Ook
hier weer sprak de Hoge Raad uit dat van leeftijdsdiscriminatie geen
sprake was, omdat er sprake was van een objectieve rechtvaardigingsgrond
voor het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst. (gezondheid,
veiligheid etc.) conform het pensioenbeding in de CAO.
Kentering
Er is reden de nodige vraagtekens te zetten of een jaar na het verschijnen
van het artikel van professor Lutjens nog steeds gezegd kan worden dat de
arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de 65
jarige leeftijd.
- De maatschappelijke ontwikkeling staat niet stil. Het moment waarop de
AOW ingaat staat ter discussie. De AOW leeftijd zal worden opgeschoven.
- Al op 17 maart 2006 heeft de SER unaniem het advies “wegnemen
belemmeringen voor doorwerken na 65 jaar” vastgesteld, dat inhoudt dat als
een werknemer en zijn werkgever dit beiden willen het mogelijk moet zijn
om na het bereiken van de AOW leeftijd door te werken.
- Op 24 september 2009 is in het overleg tussen het ministerie van
Binnenlandse Zaken en de vakbonden afgesproken dat “het bereiken van de
pensioengerechtigde leeftijd als ontslaggrond uit de ARAR zal worden
geschrapt.” Dit betekent dat de rijksambtenaren die dat wensen door kunnen
werken na hun 65ste en dit niet geweigerd kan worden op grond van een
“zwaarwegend dienstbelang”.
- Inmiddels is er ook een uitspraak van de kantonrechter Delft van 23
april 2009 (RAR 2009, 94) die bepaalde dat “een arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd niet van rechtswege eindigt op grond van het enkele feit
dat de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
In dit geval was in de arbeidsovereenkomst niets bepaald over het einde
van de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde
leeftijd.
Toen de werkgever zijn werknemer niet meer toeliet tot zijn werkzaamheden
vorderde de werknemer een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst
door het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet van rechtswege is
geëindigd, dus gewoon is voortgezet, hetgeen moest leiden tot
onverminderde doorbetaling van salaris.
De kantonrechter wees deze vorderingen toe. Hij sprak uit dat er
bijkomende feiten en omstandigheden nodig zijn waaruit zou kunnen volgen
dat de partij bedoeling is gericht op het eindigen van de
arbeidsovereenkomst op de pensioengerechtigde leeftijd. Van dergelijke
feiten en omstandigheden is niet gebleken.
Het feit dat er wel sprake was van een pensioenregeling die recht geeft op
een pensioenuitkering vanaf het 65ste jaar leidt niet tot de conclusie dat
de arbeidsovereenkomst dan ook van rechtswege eindigt. Er is geen
wettelijke regel die dat bepaalt.
De kantonrechter eindigt dan met de vaststelling dat als er in het
verleden al zou kunnen worden aangenomen dat er sprake was van een
gewoonterecht, dat ertoe leidde dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege
eindigt bij het bereiken van de pensioenleeftijd van 65 jaar, dan is een
dergelijk gewoonterecht naar oordeel van de kantonrechter niet meer van
deze tijd.
Ook het feit dat de inrichting van ons sociaal bestel er op dit moment nog
vanuit gaat dat werknemers op 65-jarige leeftijd met pensioen gaan en dat
alle werknemers-verzekeringen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar
eindigen en dat op grond van de beleidsregels van het UWV er zondermeer
een ontslagvergunning wordt afgegeven in verband met het bereiken van de
leeftijd van 65 jaar heeft de kantonrechter niet kunnen vermurwen.
Inmiddels gaan in de juridische literatuur al stemmen op – nu nog tegen de
heersende leer in- dat ook een individueel overeengekomen pensioenbeding
(einde arbeidsovereenkomst bij bereiken van pensioengerechtigde leeftijd
is in de arbeidsovereenkomst vastgelegd) ongeldig is. De wet gelijke
behandeling laat leeftijdsontslag op de AOW-gerechtigde leeftijd
uitdrukkelijk toe. De bepaling dat de arbeidsovereenkomst op de
pensioengerechtigde leeftijd eindigt leidt tot problemen omdat deze datum
veelal niet objectief bepaalbaar is (denk aan de flexibele pensioendatum)
en discriminatoir is als de pensioengerechtigde leeftijd niet samenloopt
met de AOW-gerechtigde leeftijd.
Advies
Om te voorkomen dat een arbeidsovereenkomst maar blijft doorlopen doet u
er verstandig aan uitdrukkelijk in de arbeidsovereenkomst vast te leggen
dat deze van rechtswege eindigt bij het bereiken van de AOW gerechtigde
leeftijd. U handelt dan niet discriminatoir en u beweegt mee met de
plannen van het kabinet om de AOW leeftijd te verhogen. De minister van
justitie overweegt deze mogelijkheid, nu nog gebaseerd op rechtspraak, in
de wet vast te leggen.
Doetinchem, december 2009
Pieter Jan Eshuis
JPR Advocaten heeft tevens vestigingen te Deventer, Doetinchem, Groenlo en
Zutphen.
Printbare versie
|