Nieuwsbrief Arbeidsrecht - De Arbeidstijdenwet
De komst van een 60-urige werkweek? Door mr. J.M.
Dunhof, advocaat bij JPR Advocaten te Enschede.
Op 1 april 2007 trad de nieuwe Arbeidstijdenwet in werking. De
Eerste Kamer stemde kort daarvoor in met een wet waarin minder regels
staan voor het maximaal aantal te werken uren en een vereenvoudigde
regeling met betrekking tot de mogelijkheid van nachtarbeid.
Inleiding Voortaan gelden er dus veelal ruimere
voorschriften. Bij CAO of middels overleg met de OR of de
personeelsvertegenwoordiging (PVT) kan echter worden besloten die regels
(opnieuw) in te perken. De nieuwe wet maakt deel uit van het streven van
het kabinet om het aantal regels terug te dringen. Hierin zou de
internationale concurrentiepositie van Nederland verbeterd moeten worden.
Vooral voor bedrijven die met ploegendiensten werken, zoals industriële
bedrijven, zouden soepelere wettelijke voorschriften voor arbeidstijden
belangrijk zijn om met het buitenland adequaat te kunnen concurreren. De
nieuwe Arbeidstijdenwet beperkt zich daarom thans nog voornamelijk tot de
regels die nodig zijn voor de bescherming van de gezondheid en de
veiligheid van de werknemer. Belangrijk daarbij is dat de meeste normen
niet meer door de arbeidsinspectie worden gehandhaafd. Als een werkgever
zich niet aan de wet houdt zal de werknemer (dus) vaker zelf aan de bel
moeten trekken of zelf zijn vakbond inschakelen. Voor een eventuele OR of
PVT ligt hier een signalerende taak.
Door de nieuwe wet wordt het
aantal regels over maximum werktijden teruggedrongen van 12 naar 4. Door
minder en eenvoudige wetgeving moet er meer ruimte komen voor werkgever en
werknemer om in onderling overleg de werktijden per dag en per week te
bepalen. Dit geldt ook voor zaken aangaande het overwerk en pauzes.
De nieuwe wet De regels voor de maximum arbeidstijden
zijn voortaan als volgt:
- er geldt met ingang van 1 april 2007 een maximum arbeidstijd van 12
uur per dienst;
- er mag daarbij niet meer dan 60 uur per week gewerkt worden;
- in een periode van 4 weken mag een werknemer gemiddeld 55 uur per
week werken;
- en per 16 weken mag er gemiddeld 48 uur worden gewerkt.
- Voor kinderen onder 16 jaar en jongeren van 16 en 17 jaar gelden
aparte regels. Ook gelden er speciale regels voor een zwangere en/of pas
bevallen vrouwen.
Met deze versoepeling krijgen werkgever en werknemer de ruimte en de
vrijheid om de arbeidstijd zowel per werkdag als per week zelf nader in te
vullen.
Nachtdienst Een nachtdienst mag voortaan niet
langer dan 10 uur duren. Bij regelmatige nachtarbeid mag de werkweek over
een periode van 16 weken gemiddeld maximaal niet meer dan 40 uur bedragen.
Na één of meer nachtdiensten geldt een langere rusttijd.
Het
aantal nachtdiensten dat een werknemer ‘mag draaien’, is bij wet beperkt
tot per 16 weken maximaal 36 nachtdiensten. In concreto betekent dit de
mogelijkheid van 117 nachtdiensten per jaar. Bij CAO mag dit aantal worden
verhoogd tot 140 nachtdiensten per jaar en 8 nachtdiensten achter elkaar.
Naast de mogelijkheid om één en ander bij CAO te regelen, bestaat ook
de mogelijkheid dat hieromtrent schriftelijke overeenstemming wordt
bereikt tussen werkgever en het medezeggenschapsorgaan.
Pauzes
en werktijd. Sedert 1 april jl. geldt dat wanneer een werknemer
langer dan 5½ uur heeft gewerkt hij of zij recht heeft op minimaal 30
minuten pauze. Deze pauze mag worden gesplitst in 2 keer een kwartier.
Werkt een werknemer langer dan 10 uur, dan geldt voortaan een pauze van
minstens 45 minuten. Ook deze mag worden gesplitst in meer pauzes van
minimaal een kwartier. Werkgever en werknemer zullen daarbij zelf de
praktische details, zoals de frequentie en de tijdstippen van de
(eventuele) pauze(s), invullen.
Zondagsrust? Ook in de
nieuwe Arbeidstijdenwet geldt als uitgangspunt dat op zondag niet hoeft te
worden gewerkt, tenzij de werkgever dit met de werknemer uitdrukkelijk
anders, bij voorkeur schriftelijk, is overeengekomen. Het kabinet heeft
willen handhaven dat als uitgangspunt blijft gelden dat de wekelijkse
rustperiode zoveel mogelijk met de zondag samenvalt. De hiervan afwijkende
plicht om op zondag te werken mag alleen worden overeengekomen als het
soort werk het werken op zondag noodzakelijk maakt. Hierbij moet met name
gedacht worden aan werkzaamheden in de gezondheidszorg, de horeca, bij de
politie of brandweer. Daarnaast mag zulks ook worden overeengekomen in de
industrie waar een bepaald productieproces niet of nauwelijks onderbroken
mag worden.
In bepaalde gevallen kunnen bedrijfsomstandigheden ook
tot zondagswerk nopen. In dat geval dient er evenwel vooraf
overeenstemming tussen de werkgever en de ondernemingsraad te worden
bereikt. Ook een werknemer zal hier zelf mee moeten instemmen.
Bestaat er een plicht tot arbeid op zondag, dan behoudt de
werknemer in ieder geval een recht op 13 vrije zondagen per jaar. Bij CAO
kan dit aantal weliswaar verminderd worden doch in dat geval dient de
werknemer hiermee in te stemmen.
Aanwezigheidsdiensten.
De tijd waarin een werknemer kan worden opgeroepen geldt niet
altijd als arbeidstijd. Sedert 1 juni 2006 geldt hiervoor een nieuwe
wettelijke regelgeving over aanwezigheidsdiensten. Algemene voorwaarde is
dat de aard van het werk de aanwezigheidsdienst noodzakelijk maakt. Een
dergelijke dienst mag in dat geval middels CAO worden opgelegd aan
werknemers van 18 jaar of ouder. Een werknemer mag daarbij maximaal 48 uur
per week op zijn werkplek zijn. Het gaat in dat geval om alle uren
inclusief overuren en aanwezigheid- of slaapdiensten. Ook hierbij geldt
een gemiddelde over een periode van 26 weken.
Uitzonderingen op
de Arbeidstijdenwet: Bij CAO kan een aantal uitzonderingen op
bovenstaande regels worden toegepast. Het is daarbij bijvoorbeeld mogelijk
om een werknemer langer te laten werken voorafgaande aan feestdagen. Als
het in verband met de voorbereidingen op een feestdag noodzakelijk is, mag
van een werknemer in de periode van 7 dagen voorafgaande aan die feestdag
worden verlangd dat hij in een periode van 7 dagen voorafgaande aan die
feestdag maximaal 14 uur werkt (ook in de nacht). Daarnaast bestaat er bij
CAO de mogelijkheid om een langere nachtdienst in het weekend overeen te
komen.
Overgangsrecht. Als gezegd, is de nieuwe
Arbeidstijdenwet op 1 april 2007 in werking getreden. Voor sectoren die
een CAO hebben afgesloten die voor genoemde datum in werking is getreden
geldt er een overgangsregeling. In deze sectoren blijft de oude wet van
toepassing tot het moment dat die CAO afloopt, maar nooit langer dan 1
jaar na de inwerkingtreding van de wet te weten derhalve tot 1 april 2008.
Uiterlijk op 1 april 2008 zal dan ook de wet voor alle sectoren gelden.
Voor bijvoorbeeld de audiovisuele bedrijfstak, de beveiliging, de
brood- en banketbakkerijen, het dagbladbedrijf, het horecabedrijf, het
inwonend huishoudelijk personeel, de landbouw, de maatschappelijke opvang,
mobiele kranen, podiumkunsten, het schoonmaakbedrijf,
tentoonstellingsbouw, uitvaartverzorging, gelden (nochtans nog) afwijkende
regels. Het gaat in dit kader evenwel te ver hierop thans nader op in te
gaan, bij vragen hieromtrent of vragen aangaande de gewijzigde wet in het
algemeen, doet u er verstandig aan contact met ons op te nemen.
Enschede, 30 mei 2007 mr. J.M. Dunhof
Printbare versie
|