Diensten JPR Advocaten actueel
 

Nieuwsbrief Personen- & Familierecht april 2009

Strafrechtelijke veroordelingen voor moeders die omgang frustreren

 

De Rechtbank Leeuwarden heeft op 5 februari 2009 een moeder strafrechtelijk veroordeeld wegens het niet afgeven van een kind ter uitvoering van een door de rechter opgelegde omgangsregeling (uitspraak is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl LJN: BH2027). De vrouw is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk. Deze uitspraak staat niet op zich. Op 20 februari 2009 diende de politierechter te Maastricht zich over een soortgelijke zaak te buigen. In deze zaak werd moeder veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk.

 

De feitelijke situatie in beide zaken was als volgt. Na de (echt)scheiding van de ouders werd er een omgangsregeling opgelegd door de rechter, welke omgangsregeling keer op keer door de moeders werd gefrustreerd. De vaders spanden kort gedingen aan. De moeders werden veroordeeld tot het betalen van dwangsommen indien zij niet aan de omgang meewerkten, welke dwangsommen ook werden verbeurd. Alles zonder het gewenste resultaat. Uiteindelijk zagen de vaders zicht genoodzaakt aangifte te doen van onttrekking van het kind aan het ouderlijk gezag, artikel 279 Sr.

 

De juridische vraag welke in beide zaken beantwoord moest worden was of het niet afgeven van het kind in het kader van de door de rechter opgelegde omgangsregeling door een met het wettig gezag beklede ouder aan de andere, eveneens met wettig gezag beklede ouder, valt onder de onttrekking van het kind aan het ouderlijk gezag. Deze vraag is in beide procedures met “ja” beantwoord. Dit betekent dat de moeders een strafbaar feit pleegden.

 

Wat leveren deze uitspraken op voor de vaders die, door het frustrerende gedrag van de moeders, geen omgang hebben met hun kinderen? De uitspraken zijn juridisch gezien goed te begrijpen en een steun in de rug van de vaders. Maar leiden de uitspraken ertoe dat vaders in dergelijke situaties wel omgang krijgen met hun kinderen? Dat valt te betwijfelen. Hopelijk zal van deze uitspraken een preventieve werking uitgaan bij andere moeders..

 

Op 1 maart 2009 is de Wet Voortgezet ouderschap na echtscheiding in werking getreden. Deze wet gaat uit van gelijkwaardig ouderschap; kinderen houden na de scheiding recht op opvoeding en zorg door beide ouders. Al bij het verzoek tot echtscheiding moeten partners met kinderen een ouderschapsplan inleveren bij de rechter. Door het opstellen van een ouderschapsplan worden ouders gedwongen na te denken over de wijze waarop zij hun ouderschap gaan invullen na de echtscheiding. Hopelijk dat ouders zich realiseren dat het in het belang van de kinderen is te achten dat zij een goed contact hebben met beide ouders en dat strafzaken zoals hiervoor omschreven niet hoeven voor te komen.

 

Alimentatie en schuldsaneringsregeling

 

Wat gebeurt er met de alimentatieplicht als een onderhoudsplichtige in de wettelijke schuldsanering terechtkomt? Het lijkt logisch. Kinder- en partneralimentatie is alleen verschuldigd als de onderhoudsplichtige voldoende draagkracht heeft. Toch leidt een faillissement of schuldsanering (WSNP) niet altijd tot een vermindering of nihilstelling van de alimentatie. De alimentatierechter is namelijk niet gebonden aan de argumenten die hebben geleid tot een schuldsaneringsregeling. Als een onderhoudsplichtige op eigen initiatief en –naar het oordeel van de alimentatierechter- zonder voldoende noodzaak in de WSNP terecht is gekomen, kan hij de alimentatieplicht in stand laten.

 

In november 2008 formuleerde de Hoge Raad de hoofdregel: “…dat de alimentatieplichtige, zolang hij saniet is, slechts de beschikking heeft over het door de rechter-commissaris vastgestelde (vrijgelaten) bedrag, waardoor hij, bijzondere omstandigheden daargelaten, niet over voldoende draagkracht beschikt om aan zijn alimentatieverplichtingen te voldoen. Dat kan anders zijn als de rechter-commissaris het vrij te laten bedrag op een hoger bedrag heeft vastgesteld dan de beslagvrije voet…”

 

Er wordt dus wel enige ruimte gelaten (bijzondere omstandigheden daargelaten) om van dit principe af te wijken.

 

Recent heeft de rechtbank Zwolle aanleiding gezien om van de geldende hoofdregel af te wijken. Een vader diende een nihilstellingsverzoek in ten aanzien van de alimentatie die hij voor zijn jong-meerderjarige studerende dochter betaalde. De rechtbank stelde de man in het ongelijk en liet de alimentatie in stand. Door de rechtbank werd in aanmerking genomen dat de schuldenlast van de man was ontstaan door onnodig dure herinrichtingskosten en verweet de man zodoende onverantwoordelijk gedrag jegens zijn dochter. Hij wist immers dat hij daardoor niet langer aan zijn onderhoudsverplichtingen zou kunnen voldoen. De rechtbank achtte het onredelijk om dergelijke keuzes van de man af te wentelen op een jong meerderjarig kind. Het belang van het kind ging dus voor.

 

Al eerder (in 2006) heeft het Hof in Amsterdam een soortgelijke afweging gemaakt ten gunste van een minderjarig kind. De vader in kwestie had na echtscheiding een schuldenlast op zich genomen die na verloop van jaren fors in omvang was toe- in plaats van afgenomen, zonder dat de man daarvoor een goede reden kon aanvoeren. Ook in dat geval bleef de alimentatieplicht van de man in stand.

 

Samenvattend kan worden geconcludeerd dat als hoofdregel geldt dat de alimentatieplicht voor de duur van een schuldsaneringsregeling op nihil wordt gesteld, tenzij de rechter bij het vaststellen van het vrij te laten bedrag rekening houdt met deze alimentatieverplichting. Daarnaast kijkt een alimentatierechter kritisch mee naar de aard en het ontstaan van de schulden die hebben geleid tot de schuldsaneringsregeling en kan hij oordelen dat de alimentatie toch in stand blijft. Een saniet wordt dus niet zonder meer van zijn betalingsplicht gekweten.

 

De vraag blijft natuurlijk wat een onderhoudsgerechtigde heeft aan een feitelijk oninbare vordering. En wat gebeurt er met de saniet als hij tijdens de looptijd van de schuldsanering een alimentatieschuld laat ontstaan?  Wordt de saniet dan uit de WSNP gezet zoals de regel voorschrijft? Deze vragen zullen op korte termijn door de rechter worden beantwoord.  

 

Printbare versie